Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Eén keer schieten: over hoger beroep tegen het tussenvonnis-gedeelte van een deelvonnis

CB 2019-24 Geplaatst op 30 januari 2019 door

HR 25 januari 2019 ECLI:NL:HR:2019:96

De partij die tussentijds beroep instelt, is gehouden daarin al haar bezwaren tegen de tot dan toe gewezen tussenvonnissen aan te voeren en verliest de mogelijkheid dat bij een latere gelegenheid te doen, aldus de Hoge Raad (r.o. 3.3.2). Dit wordt ook wel de “één keer schieten regel” genoemd. Met dit arrest is nu duidelijk dat die regel ook geldt als het gaat om een appel tegen het tussenvonnis-gedeelte van een deelvonnis (r.o. 3.3.2). 

Dit betreft een burengeschil over onder meer de schade die was ontstaan bij werkzaamheden aan een pad en de verkoop en levering van een aantal percelen. De rechtbank heeft twee deelvonnissen, een tussenvonnis en een eindvonnis gewezen. In dat eerste deelvonnis had de rechtbank twee vorderingen van eisers toegewezen. Verweerder in cassatie was in tussentijds hoger beroep van dat vonnis gegaan (zowel tegen het eind- als het tussenvonnisgedeelte met betrekking tot vorderingen a en d), maar heeft geen grieven gericht tegen de oordelen over vordering b (ook het tussenvonnis-gedeelte). Het oordeel van de rechter in dat eerste deelvonnis over vordering b betrof een voorhands bewijsoordeel. In het tweede deelvonnis heeft de rechtbank wederom, maar ditmaal in het dictum, geoordeeld over vordering b. Verweerder heeft toen nogmaals hoger beroep ingesteld, en zowel grieven gericht tegen de oordelen van de rechtbank in deelvonnis 1 als ook tegen de oordelen in deelvonnis 2.

In de (gevoegde) appelprocedures heeft het hof vordering b afgewezen. Daar richt het cassatieberoep zich in de eerste plaats tegen. Het hof zou hebben miskend dat het hof gebonden was aan het bewijsoordeel van de rechtbank, omdat daartegen geen grieven waren gericht in het hoger beroep van het eerste deelvonnis. Verweerder heeft weliswaar grieven gericht tegen dat bewijsoordeel in het hoger beroep van het tweede deelvonnis, maar dat was te laat, zo klagen eisers. Deze klacht slaagt.

De partij die tussentijds beroep instelt, is gehouden daarin al haar bezwaren tegen de tot dan toe gewezen tussenvonnissen aan te voeren en verliest de mogelijkheid dat bij een latere gelegenheid te doen, aldus de Hoge Raad (r.o. 3.3.2). Dit wordt ook wel de “één keer schieten regel” genoemd. In de zaak waarnaar de Hoge Raad verwijst, HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3160, was sprake van een zuiver tussenvonnis en niet van een deelvonnis. Met dit arrest is nu duidelijk dat die regel ook geldt als het gaat om een appel tegen het tussenvonnis-gedeelte van een eindvonnis (r.o. 3.3.2). De verweerder had er nog op gewezen dat zijn eerste grieven betrekking hadden op beslissingen in verband met een andere vordering dan de in het latere hogere beroep tegen datzelfde vonnis aangevoerde grieven, maar ook dat is niet van belang. De Hoge Raad is strikt: eens geschoten, is daarna altijd mis.

Nu de verweerder in het eerste hoger hoger beroep van het deelvonnis (m.b.t. het bewijsoordeel in het tussenvonnis-gedeelte) niet geschoten heeft, was het hof daaraan gebonden. Het hof na verwijzing zal opnieuw moeten oordelen met inachtneming van dat (onbestreden) bewijsoordeel. Eén nuancering is op zijn plaats. De één-keer-schieten-regel geldt niet, als verweerder alleen grieven had gericht tegen het eindvonnis-gedeelte van het eerste deelvonnis. Dan had verweerder op een later moment nog kunnen opkomen tegen het tussenvonnis-gedeelte.

Een ander geschilpunt was de schadebegroting met betrekking tot de schade die aan een pad was ontstaan. In cassatie wordt succesvol geklaagd dat het hof de begroting van de schade ten onrechte had gebaseerd op (onder meer) feitelijke gegevens die niet onderdeel waren van het procesdossier en daarom het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden. De gegevens die het hof uit eigener beweging op het internet had gevonden had het hof niet aan zijn beslissing ten grondslag mogen leggen zonder partijen de gelegenheid te geven van die gegevens kennis te nemen en desgewenst daarop te reageren (vgl. “de googelende rechter“), aldus de Hoge Raad (3.5.2).

Het arrest wordt vernietigd en het geding wordt doorverwezen ter verdere behandeling.

email print