Het wegdenken van ontwikkelingen van voor de peildatum

Het wegdenken van ontwikkelingen van voor de peildatum

HR 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:757  (Eisers / de Staat der Nederlanden)

Wanneer omstandigheden die hebben plaatsgevonden voor de peildatum in rechtstreeks verband staan met de op handen zijnde onteigening, kan de redelijkheid meebrengen dat die omstandigheden buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de waarde van het onteigende. Daarvoor is niet steeds vereist dat die ontwikkeling vooruitlopend op de onteigening op verzoek van, met medewerking van of met toestemming van de onteigenaar heeft plaatsgevonden. Lees meer…

De wet staat een hybride zitting toe, maar niet in alle gevallen

De wet staat een hybride zitting toe, maar niet in alle gevallen

HR 13 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:902

1) Als een mondelinge behandeling plaatsvindt, is uitgangspunt dat partijen daarbij daadwerkelijk fysiek verschijnen.
2) De wet staat er echter niet aan in de weg dat een deel van de partijen via videoverbinding aan de zitting deelneemt (een hybride zitting). De wet vereist niet dat alle partijen daarmee instemmen.
3) Wel verdient fysieke aanwezigheid van alle partijen bij de mondelinge behandeling de voorkeur. De rechter moet daarom steeds nagaan of een verzoek om via videoverbinding aan een zitting te mogen deelnemen een legitiem doel dient en of het recht op een eerlijk proces wordt gewaarborgd.
4) In een geval waarin de rechter zich een oordeel moet vormen over de (mentale) toestand van betrokkene, zoals bij een verzoek tot het instellen van bewind of mentorschap, is de fysieke aanwezigheid van betrokkene van bijzonder belang. Daarom is slechts onder bijzondere omstandigheden toelaatbaar dat betrokkene via een videoverbinding deelneemt.

Lees meer…

Cassatievlog #139 | Causaal verband tussen meningsuiting en sanctie?

Cassatievlog #139 | Causaal verband tussen meningsuiting en sanctie?

Hoge Raad 11 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1140

Vrijheid van meningsuiting en ontslag? – In een afgelopen vrijdag door de Hoge Raad gewezen uitspraak gaat het om een werkneemster die door de universiteit waarvoor zij werkt is ontslagen op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Volgens de werkneemster houdt dit ontslag verband met haar kritische essay over de universiteit en wordt met het ontslag dus haar recht op vrijheid van meningsuiting en academische vrijheid geschonden. Het hof vindt van niet. En de Hoge Raad? Die geeft onder meer duidelijkheid over het causaal verband tussen een meningsuiting (het essay) en een sanctie (het ontbindingsverzoek). Berend-Bram Heinen bespreekt de uitspraak van de Hoge Raad in drie minuten.

Cassatievlog #139 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Beroepsaansprakelijkheid advocaat wegens niet-waarschuwen over verjaringstermijn en onjuiste betekening

Beroepsaansprakelijkheid advocaat wegens niet-waarschuwen over verjaringstermijn en onjuiste betekening

HR 13 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:901 

Op 25 mei 2015 was het tweede pinksterdag en dat is een algemeen erkende feestdag. De respijttermijn zou daarom bij betekening op 20 mei 2015 van het verstek- en het verzetvonnis zijn geëindigd op 26 mei 2015; vanaf 27 mei 2015 zou de voormalige vennoot, indien hij toen nog niet volledig zou hebben nagekomen, dwangsommen hebben verbeurd. Het hof had moeten onderzoeken of de voormalige vennoot, bij betekening op 20 mei 2015, binnen de bij de betekening te vermelden termijn van drie werkdagen (dus op uiterlijk 26 mei 2015) aan de hoofdveroordeling zou hebben voldaan. Lees meer…

Wetenschapsvereiste van de faillissementspauliana bij de vernietiging van een samenstel van rechtshandelingen

Wetenschapsvereiste van de faillissementspauliana bij de vernietiging van een samenstel van rechtshandelingen

HR 20 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:975

Bij een samenhangend geheel van rechtshandelingen moet de beoordeling van de wetenschap van benadeling worden betrokken op het samenhangende geheel van rechtshandelingen. Daarbij gaat het erom dat op enig moment bij het verrichten van een rechtshandeling die behoort tot het samenhangende geheel van rechtshandelingen, is voldaan aan de voorwaarde dat de schuldenaar en, in het geval van art. 42 lid 2 Fw, degene met of jegens wie de schuldenaar de rechtshandeling verrichtte, wist of behoorde te weten dat van dat samenhangende geheel van rechtshandelingen benadeling van schuldeisers het gevolg zou zijn. Lees meer…

Cassatievlog #138 | Heeft een frauderend slachtoffer recht op een WAM-uitkering?

Cassatievlog #138 | Heeft een frauderend slachtoffer recht op een WAM-uitkering?

Hoge Raad 4 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1082

Een inzittende van een auto waarmee een ongeval plaatsvindt, heeft ook recht op een uitkering door de WAM-verzekeraar als zij die verzekeraar eerder heeft misleid om de verzekering te krijgen. Die misleiding doet niet af aan het eigen recht op schadevergoeding van de benadeelde (art. 6 WAM). Jerre de Jong bespreekt de uitspraak in drie minuten.

Cassatievlog #138 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Cassatievlog #137 | Prejudiciële vragen consumentenkrediet

Cassatievlog #137 | Prejudiciële vragen consumentenkrediet

Hoge Raad 27 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:1008

De Hoge Raad heeft een prejudiciële beslissing gewezen over het toepassingsbereik van de Richtlijn consumentenkrediet. Het was onder meer de vraag of vertragingsrente en incassokosten in aanmerking moeten worden genomen bij de beoordeling of sprake is van een kredietovereenkomst ‘zonder kosten of met onbetekenende kosten’ (art. 7:58 lid 2 sub e BW). In dit vlog bespreekt Hidde Volberda hoe de Hoge Raad die vraag beantwoordt.

Cassatievlog #137 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Het vaststellen van het recht dat toepasselijk is op kartelschadeclaims

Het vaststellen van het recht dat toepasselijk is op kartelschadeclaims

HR 20 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:946 (Deutsche Lufthansa A.G. e.a./Stichting Cartel Compensation en Deutsche Lufthansa A.G./Equilib) en
HR 20 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:945 (Uzdaroji Akcine Bendrove Palink e.a./CNH Industrial N.V. e.a.)

  1. Als sprake is geweest van een enkele en voortdurende inbreuk op het Europese kartelverbod, dan is de vraag of het doeltreffendheidsbeginsel meebrengt dat hieruit – ter bepaling van het toepasselijke recht – voor elke benadeelde één schadevordering voortvloeit. 2. De Wet conflictenrecht onrechtmatige daad staat geen eenzijdige rechtskeuze voor de lex fori toe. 3. Niet duidelijk is of Verordening Rome II geheel of gedeeltelijk van toepassing is op schadevorderingen die voortvloeien uit een inbreuk die deels voor en deels na inwerkingtreding van deze verordening heeft plaatsgevonden. 4. Als een inbreuk zich uitstrekte over meerdere landen, dan is de vraag of het land waarvan de markt (waarschijnlijk) wordt beïnvloed in de zin van art. 6 lid 3 onder a Verordening Rome II het land is waar de benadeelde onderneming de betreffende goederen heeft gekocht, dan wel (als dat meerdere landen zijn) het land waar zij is gevestigd. 5. Het is de vraag of voor het uitbrengen van een eenzijdige rechtskeuze als bedoeld in art. 6 lid 3 onder b Verordening Rome II naast de in die bepaling genoemde voorwaarden ook de voorwaarde geldt dat de benadeelde zelf in meerdere landen schade heeft geleden. De Hoge Raad stelt over prejudiciële vragen aan het HvJEU over al deze vraagpunten, behoudens de beslissing ten aanzien van de Wet conflictenrecht onrechtmatige daad.

Lees meer…

Archief

Cassatieblog.nl