Selecteer een pagina

Dossier: Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud)


HR 1 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ0285

De Wet Bopz verzet zich niet ertegen dat indien een verzoek om een voorlopige machtiging is ingediend voordat is beslist over de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling, terstond wordt beslist op het verzoek om een voorlopige machtiging. Ook indien beide verzoeken gelijktijdig worden gedaan, staat het de rechter vrij eerst het verzoek met de verste strekking te behandelen. (meer…)

HR 2 november 2012, LJN BY2000

Toepassing van het kamerprogramma brengt geen insluiting met zich, nu de kamer waarin betrokkene verblijft niet wordt afgesloten. Er is geen sprake van afzondering of separatie en evenmin van een middel of maatregel als bedoeld in art. 39 Wet Bopz. Nu de rechtbank de toepassing van een kamerprogramma heeft aangemerkt als een dwangbehandeling in de zin van art. 38b en 38c van de wet, diende betrokkene over deze toepassing en over de gronden daarvoor, wel tevoren schriftelijk te worden ingelicht.  (meer…)

HR 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5789

Aan de rechtbank was een oordeel gevraagd over een beslissing van de geneesheer-directeur tot vrijheidsbeneming op grond van een voorwaardelijke machtiging die (van rechtswege) was geconverteerd in een voorlopige machtiging. De rechtbank diende daarom te onderzoeken of de door haar bij de beslissing tot verlening van de voorwaardelijke machtiging gestelde voorwaarden waren overtreden en of dat de onvrijwillige opneming kon rechtvaardigen, alsmede of, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de rechterlijke beslissing, deze onvrijwillige opneming zou moeten voortduren. Gelet op het inmiddels verleende voorwaardelijke ontslag, betekende dat in dit geval een beoordeling of deze opneming zou kunnen blijven dienen als grondslag voor het onder voorwaarden verleende ontslag. (meer…)

HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7679

De Hoge Raad neemt aan dat het ontbreken van Bopz-zaken in de opsomming van zaken die van de heffing van griffierecht zijn vrijgesteld in de Wgbz en de Regeling griffierechten burgerlijke zaken, op een misslag berust en dat de ontheffing, waarvoor een klemmende grond bestaat, ook voor die zaken geldt. De omstandigheid dat het verzoekster wellicht door eigen toedoen onmogelijk is gemaakt ter zitting te verschijnen, kan niet afdoen aan haar recht op haar ontslagverzoek te worden gehoord. (meer…)

HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW0404

De Wet Bopz bedreigt overschrijding van de beslistermijn van drie weken in geval van  een verzoek om ontslag uit een psychiatrisch ziekenhuis niet uitdrukkelijk met nietigheid. Evenmin kan worden gezegd dat hier sprake is van schending van een zo essentieel procedurevoorschrift dat nietigheid voortvloeit uit de aard van de niet in acht genomen vorm, als bedoeld in art. 79 RO. (meer…)

HR 27 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2026 en ECLI:NL:HR:2012:BV2028

Voor iemand die al vrijwillig in een inrichting verblijft, kan de geneesheer-directeur, indien hij niet tevoren bij de behandeling was betrokken, een geneeskundige verklaring afgeven, die de grondslag kan vormen voor gedwongen voortzetting van dat verblijf. De geneesheer-directeur moet in dat geval wel de bevoegdheid hebben de titel van psychiater of zenuwarts te voeren. (meer…)

Cassatieblog.nl