Selecteer een pagina

Dossier: Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud)


HR 17 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2996,  ECLI:NL:HR:2014:2998, ECLI:NL:HR:2014:2986

Hoe waardevol de toetsing in cassatie in Bopz-zaken is blijkt uit deze drie uitspraken, waarin beslissingen van de rechtbank tot gedwongen opneming in een psychiatrisch ziekenhuis worden vernietigd. Het zijn variaties op vaste rechtspraak van de Hoge Raad, over onderzoek van de initiële vrijheidsbeneming, over hoorplicht en de keuze van een raadsman, en over een persoonlijk onderzoek door een psychiater. Twee uitspraken zijn conform de conclusie van de advocaat-generaal.  (meer…)

HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2937

Mede tegen de achtergrond van de uit art. 5 lid 1 EVRM voortvloeiende waarborgen tegen willekeurige vrijheidsbeneming, kan verslaving aan middelen als drugs en alcohol niet tot toepassing van de Wet Bopz leiden, tenzij de verslaving gepaard gaat met (andere) psychische stoornissen van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed, dat betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst. (meer…)

HR 20 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1495

Uit art. 5 en 6 EVRM volgt dat ieder die betrokken wordt in een procedure die tot onvrijwillige vrijheidsontneming kan leiden, recht heeft op kostenoze bijstand van een tolk, indien hij de taal waarin de zitting wordt gehouden niet of onvoldoende beheerst. Art. 5 EVRM heeft mede betrekking op procedures op de voet van de Wet BOPZ, zodat betrokkenen in dergelijke procedure recht hebben op dergelijke bijstand van een tolk. Uit art. 5 en 6 EVRM volgt tevens dat afwijzing van een verzoek om bijstand van een tolk dient te worden gemotiveerd. (meer…)

HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:270

Dat een arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG) na de inwerkingtreding van de wet van 4 december 2013 (Stb. 2013/560) krachtens art. 1 van de Wet Bopz bevoegd zal zijn de voor gedwongen opneming van een verstandelijk gehandicapt persoon vereiste verklaring af te geven, is onvoldoende om te oordelen dat een AVG daartoe ook voor de inwerkingtreding van de wet bevoegd was. Daarbij is mede van belang dat in deze wet aan de hier bedoelde wijziging van art. 1 Wet Bopz geen terugwerkende kracht is verleend. (meer…)

HR 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1260

Als de BOPZ-rechter de beslistermijn van vier weken (art. 17 lid 2 Wet BOPZ) overschrijdt,  dan verleent de geneesheer-directeur op verzoek van de betrokkene, ontslag, tenzij op verzoek van betrokkene een deskundige wordt gehoord (art. 48 lid 2 Wet BOPZ). Gelet op art. 5 lid 4 EVRM geldt in dat geval dat de rechter op het verzoek machtiging voortgezet verblijf moet beslissen binnen vier weken nadat het deskundigenbericht ter griffie is binnengekomen. (meer…)

HR 8 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1138

Het vereiste dat de geneeskundige verklaring is gebaseerd op onderzoek door een niet bij de behandeling betrokken psychiater, verzet zich er niet tegen dat het onderzoek wordt verricht door een psychiater van de instelling waarin de patiënt reeds verblijft, mits deze psychiater niet bij de behandeling betrokken is of kort tevoren betrokken is geweest. (meer…)

Cassatieblog.nl