Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Internationaal privaatrecht

Bevoegdheden buitenlandse faillissementscurator met betrekking tot Nederlandse vermogensbestanddelen

CB 2013-150 Geplaatst op 16 sep 2013 door

HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5668 (Promneftstroy c.s./Verweerders)

De curator in een in het buitenland uitgesproken faillissement kan in beginsel ook met betrekking tot in Nederland aanwezig vermogen dat tot de failliete boedel behoort, beheers- en beschikkingshandelingen verrichten, mits de curator daartoe naar het recht van het andere land bevoegd is. De tot aan het moment van levering gelegde beslagen moeten worden gerespecteerd. Lees verder >

Art. 2:11 slechts van toepassing op Nederlandse rechtspersoon-bestuurder

CB 2013-118 Geplaatst op 26 jun 2013 door

HR 21 juni 2013, LJN CA3958

Een bestuurder van een rechtspersoon kan slechts op grond van art. 2:11 BW aansprakelijk worden gehouden, indien de door hem bestuurde aansprakelijke rechtspersoon-bestuurder een Nederlandse rechtspersoon is. Lees verder >

Geldigheid rechtskeuze op grond van Haags Huwelijksvermogensverdrag

CB 2013-54 Geplaatst op 03 apr 2013 door

HR 29 maart 2013, LJN BY4352

Art. 11 van het Haags Huwelijksvermogensverdrag bepaalt dat de aanwijzing van het toepasselijke recht uitdrukkelijk moet zijn overeengekomen of ondubbelzinnig moet voortvloeien uit huwelijkse voorwaarden. Bij de beoordeling of sprake is van een rechtskeuze kan niet worden volstaan met het oordeel dat geen sprake is van een ondubbelzinnige aanwijzing, maar dient tevens te worden onderzocht of een aanwijzing van het toepasselijke recht ondubbelzinnig voortvloeit uit de keuze van partijen voor huwelijke voorwaarden. De vraag of tussen partijen wilsovereenstemming met betrekking tot de rechtskeuze bestaat, moet worden beantwoord aan de hand van het door partijen aangewezen recht.  Lees verder >

Proceskosten EEX-exequaturprocedure over vonnis in IE-zaak vallen onder art. 1019h Rv

CB 2012-240 Geplaatst op 16 dec 2012 door

HR 14 december 2012, LJN BX7456 (Realchemie/Bayer)

De kosten verbonden aan een in een EU-lidstaat ingeleide exequaturprocedure waarin wordt verzocht om erkenning en tenuitvoerlegging van een beslissing die in een andere lidstaat is gegeven in het kader van een procedure tot handhaving van een intellectuele-eigendomsrecht, vallen onder art. 14 Handhavingsrichtlijn, en dus onder art. 1019h Rv. Lees verder >

Nederlandse rechter heeft rechtsmacht bij grensoverschrijdende inbreuk op Nederlands auteursrecht

CB 2012-238 Geplaatst op 12 dec 2012 door

HR 7 december 2012, LJN BX9018 (G-Star/H&M)

In een grensoverschrijdend geschil over schending van een Nederlands auteursrecht (door het aanbieden of verkopen van inbreukmakende zaken via internet in Nederland) waarop de EEX-Vo van toepassing is, heeft (ook) de Nederlandse rechter rechtsmacht. Lees verder >

Exclusieve werking forumkeuzebeding ondanks aanwijzing reeds bevoegde rechter

CB 2012-219 Geplaatst op 15 nov 2012 door

HR 9 november 2012, LJN BX0331 (curator/Ingosstrakh)

Voor het antwoord op de vraag of een contractueel beding kan worden aangemerkt als een derogerende forumkeuze in de zin van art. 8 lid 2 Rv is niet van belang of wordt gekozen voor een forum van een andere staat, dat bij gebreke van de forumkeuze toch al bevoegd was. Het gaat er slechts om of het beding de rechter van een vreemde staat “bij uitsluiting” heeft aangewezen voor de kennisneming van het geschil. In het laatste geval is de bevoegdheid van de Nederlandse rechter uitgesloten. Lees verder >

Erkenning met oog op omzeiling van adoptieregels is strijdig met openbare orde

CB 2012-209 Geplaatst op 06 nov 2012 door

HR 2 november 2012, LJN BX6962

Een door een gehuwde Nederlandse man buitenslands verrichte erkenning, waarmee wordt beoogd de regelgeving op het gebied van de interlandelijke adoptie te omzeilen, is kennelijk in strijd met de openbare orde, ook al staat niet vast dat de man naar Nederlands recht onbevoegd was tot erkenning. Lees verder >

Het woonplaatsbegrip in het Kinderontvoeringsverdrag en vernietiging van vervangende toestemming om te verhuizen

CB 2012-177 Geplaatst op 28 sep 2012 door

HR 28 september 2012, LJN BW9225

De omstandigheid dat de aan de moeder verleende vervangende toestemming om met de kinderen naar Spanje te verhuizen nadien is vervallen doordat de daartoe strekkende beschikking in hoger beroep is vernietigd, laat onverlet dat de moeder rechtmatig met de kinderen naar Spanje is verhuisd. Die vernietiging bracht ook niet zonder meer mee dat Spanje daardoor niet langer als “gewone verblijfplaats” van de kinderen kon gelden. Lees verder >

Het toepasselijk recht op documentair krediet (2)

CB 2012-78 Geplaatst op 10 apr 2012 door

HR 6 april 2012, LJN BV1522 (Al Rafidain Bank/Solvochem-Holland)

Uit de acceptatie van de getrokken wissels kon het hof afleiden dat de bank deze in overeenstemming achtte met de voorwaarden van het documentairkrediet en de verschuldigdheid van de bedragen onder het accreditief heeft erkend. Het oordeel van het hof dat in de verhouding tussen een bank en een begunstigde uit hoofde van documentair accreditief de openende bank geldt als de partij die de kenmerkende prestatie verricht, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. LJN BV1523). Over de juistheid van toepassing van het Iraaks verjaringsrecht kan in cassatie niet worden geklaagd. Lees verder >

Het toepasselijk recht op documentair krediet (1)

CB 2012-77 Geplaatst op 10 apr 2012 door

HR 6 april 2012, LJN BV1523 (Rasheed Bank/SolvochemHolland)

Van stilzwijgende rechtskeuze kan slechts sprake zijn als deze blijkt uit concrete omstandigheden die erop wijzen dat partijen deze keuze gewild hebben. Het oordeel van het hof dat in de verhouding tussen een bank en een begunstigde uit hoofde van documentair accreditief de openende bank geldt als de partij die de kenmerkende prestatie verricht in de zin van het commune IPR inzake het toepasselijk recht op overeenkomsten, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Lees verder >

Pagina 4 van 512345