Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: immuniteit van jurisdictie


HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1084 (X / Verenigde Staten)

Art. 11 lid 2, aanhef en onder a (“de werknemer is aangesteld voor het vervullen van bepaalde functies in de uitoefening van bevoegdheden van de overheid”) van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen kan worden aangemerkt als regel van internationaal gewoonterecht. De Nederlandse rechter is daaraan dus gebonden. Omdat de ontslagen werkneemster uit hoofde van haar functie werkzaamheden verrichtte die in functioneel verband stonden met kerntaken van het consulaat en zij “has been recruited to perform particular functions in the exercise of governmental authority”, komt de VS immuniteit van jurisdictie toe. (meer…)

HR 24 december 2021 ECLI:NL:HR:2021:1956

Onder omstandigheden kan het gerechtvaardigd zijn dat ook een niet in Nederland gevestigde internationale organisatie ten overstaan van de Nederlandse rechter een beroep kan doen op immuniteit van jurisdictie. Dit is onder meer het geval indien die organisatie is gelieerd aan een in Nederland gevestigde internationale organisatie en toekenning van immuniteit aan eerstgenoemde organisatie noodzakelijk is om te voorkomen dat de naar ongeschreven volkenrecht bestaande immuniteit van de in Nederland gevestigde organisatie op ontoelaatbare wijze wordt doorkruist. (meer…)

HR 17 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:732

Indien een vreemde staat of internationale organisatie het verweer wil voeren dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toekomt om van de zaak kennis te nemen, en zich daartoe niet alleen wil beroepen op immuniteit van jurisdictie, maar ook op het ontbreken van bevoegdheid als bedoeld in (de voorlopers van) de Verordening Brussel I-bis dan wel de commune regels voor internationale rechtsmacht, dient hij/zij zich daar voldoende kenbaar op te beroepen in haar eerste processtuk of mondelinge uitlating. De HR oordeelt dat deze eis impliceert dat in een beroep op immuniteit van jurisdictie op zichzelf niet tevens een beroep op het ontbreken van de bevoegdheid besloten ligt. (meer…)

HR 1 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3054 (Irak c.s. / verweerster)

De Hoge Raad komt in dit arrest in zoverre terug van zijn eerdere rechtspraak, dat de Nederlandse rechter nu (wel) ambtshalve onderzoek dient te verrichten naar de immuniteit van jurisdictie van een niet in rechte verschijnende vreemde staat, dan wel internationale organisatie. Die verplichting geldt, met oog op de eisen van rechtszekerheid en hanteerbaarheid van het recht, slechts in zaken die na 1 januari 2018 bij de Nederlandse rechter aanhangig worden gemaakt. (meer…)

HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3609

Bij beantwoording van de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt in een (arbeids)geschil met een internationale organisatie is van belang of de rechtzoekende over redelijke alternatieve middelen beschikt om de door het EVRM aan hem toegekende rechten effectief te kunnen beschermen. Het komt erop aan of, gelet op die alternatieven, het wezen van iemands recht op toegang tot de rechter wordt aangetast. Het beroep op immuniteit van jurisdictie kan niet afstuiten op de enkele grond dat de alternatieve beroepsinstantie (beweerdelijk) het Unierecht onjuist heeft toegepast. (meer…)