Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: AWR art. 53a


HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:532

Voor de beantwoording van de vraag of informatie over een derdengeldenrekening van een advocaat onder het verschoningsrecht (ex art. 53a AWR) valt, is beslissend of hem de informatie in zijn hoedanigheid van advocaat is toevertrouwd. Of dat het geval is, is in de eerste plaats aan de advocaat om te beoordelen. Volgens de Hoge Raad kan informatie over de derdengeldenrekening onder omstandigheden worden aangemerkt als informatie die de advocaat in zijn hoedanigheid is toevertrouwd. Dat neemt echter niet weg dat een advocaat alleen derdengelden mag ontvangen op zijn derdengeldenrekening voor zover deze direct te relateren zijn aan een zaak en de gelden ook functioneel zijn voor het verloop van die zaak. In alle overige gevallen is het ontvangen van gelden op de derdengeldenrekening niet toegestaan. (meer…)

HR 27 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV3426 (Tradman Netherlands B.V./Staat en Ontvanger)

Wanneer een trustkantoor informatie moet verstrekken aan de belastingdienst in het kader van een onderzoek naar cliënten van dat kantoor, komt aan het trustkantoor zelf geen verschoningsrecht toe, omdat het trustkantoor geen geheimhouder is in de zin van art. 53a AWR. (meer…)