Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: bedrijfstakpensioenfonds


HR 19 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1325

(1) Een werkingssfeerbepaling in een verplichtstellingsbesluit hoeft niet identiek te zijn aan eenzelfde bepaling uit de cao in dezelfde sector.

(2) Bij de uitleg van een werkingssfeerbepaling is niet van belang of de betreffende werkgever gerepresenteerd werd bij de totstandkoming van het verplichtstellingsbesluit.

(meer…)

HR 21 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:423

Voor een vordering van een bedrijfstakpensioenfonds op een werkgever tot betaling van premie geldt het verjaringsregime van art. 3:308 BW. De verjaringstermijn, vijf jaar, loopt vanaf het opeisbaar worden van de vordering. In het geval van een vordering van een bedrijfstakpensioenfonds op een werkgever tot betaling van de premie over een bepaalde periode, is dat het tijdstip van betaling in het uitvoeringsreglement. In het uitvoeringsreglement kunnen geen langere termijnen worden opgenomen dan in art. 26 Pensioenwet is vermeld. (meer…)

HR 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:847

Bij de beantwoording van de vraag of werknemers onder de werkingssfeer van een algemeen verbindend verklaarde cao vallen preciseert de Hoge Raad het Unis-arrest in die zin dat als niet kan worden vastgesteld op welke werkzaamheden de overeengekomen arbeidsuren zien, moet worden onderzocht aan welke werkzaamheden die uren feitelijk worden besteed. Verder beslist de Hoge Raad dat de werkgever in dit geval aanknopingspunten moet bieden voor de onderbouwing door het pensioenfonds van zijn stellingen en dat een uitleg van een cao waarbij bepaalde werkzaamheden niet onder enige cao vallen niet voor de hand ligt. (meer…)

Hoge Raad 25 februari 2022  ECLI:NL:HR:2022:328 (X / STICHTING PENSIOENFONDS HORECA & CATERING),

Gijsbrecht Nieuwland bespreekt de eerste uitspraak van de Hoge Raad over de Wet Homologatie Onderhands Akkoord. In deze prejudiciële beslissing oordeelt de Hoge Raad dat een WHOA-akkoord zich niet kan uitstrekken over achterstallige pensioenpremies die verschuldigd zijn aan een pensioenfonds. Dergelijke vorderingen vallen onder de werknemersuitzondering van art. 369 lid 4 Faillissementswet.

Cassatievlog #010 is ook als podcast beschikbaar.

HR 25 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:328

De vordering van het bedrijfstakpensioenfonds bestaande uit achterstallige pensioenpremies kwalificeert als een recht van een werknemer in de zin van art. 369 lid 4 Fw. De vordering van het bedrijfstakpensioenfonds kan dus niet worden geherstructureerd met een WHOA-akkoord. (meer…)

Cassatieblog.nl