HR 4 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1093
Het hof mocht niet ambtshalve oordelen over de vraag welk recht van toepassing is, ook niet na het slagen van een grief over de manier waarop de rechtbank het (volgens de rechtbank) toepasselijke recht had toegepast.
Achtergrond van de zaak
In dit geschil over een onbetaald gebleven factuur, gingen partijen in eerste aanleg er impliciet van uit dat Nederlands recht van toepassing is. De rechtbank oordeelde echter bij tussenvonnis ambtshalve dat Pools recht van toepassing is.
In hoger beroep griefde de verkoper over de wijze waarop de rechtbank het Poolse recht had toegepast. Die grief was terecht, zo oordeelde het hof. Het hof oordeelde daarna ambtshalve dat het Nederlandse recht van toepassing was. Het hof deed dat omdat de grief over de toepassing van het Poolse recht slaagde.
De devolutieve werking van het hoger beroep regelt de omvang van de rechtsstrijd in hoger beroep, en heeft een negatieve en positieve zijde. De negatieve zijde van de devolutieve werking houdt in dat de appellant in beginsel de omvang van het hoger beroep bepaalt door het aanvoeren van de grieven. De positieve zijde van de devolutieve werking in hoger beroep houdt in dat het hof, op het moment dat een grief slaagt, in eerste aanleg aangevoerde gronden en verweren opnieuw of alsnog moet behandelen. Het moet daarbij gaan om gronden of verweren (i) die in eerste aanleg zijn verworpen of buiten handeling zijn gebleven, (ii) die in hoger beroep niet zijn prijsgegeven en (iii) die betrekking hebben op een onderdeel van het partijdebat dat door de slagende grief opnieuw aan de orde wordt gesteld. Het hof moet dan ambtshalve naar die gronden en verweren uit eerste aanleg kijken, ook al zijn die in hoger beroep niet nogmaals zelfstandig aangevoerd.
Het geding in cassatie
In cassatie stond de vraag centraal of het hof ambtshalve mocht beslissen over het toepasselijke recht.
De Hoge Raad overweegt dat in eerste aanleg tot aan het tussenvonnis partijen uitgingen van Nederlands recht, en dat na het tussenvonnis van de rechtbank partijen zich niet hebben verzet tegen de toepassing van Pools recht. In hoger beroep was er ook geen grief gericht tegen het oordeel dat het Pools recht van toepassing was zelf, maar alleen tegen de manier waarop het Poolse recht was toegepast. Volgens de Hoge Raad gaf het slagen van die grief (over de wijze waarop het toepasselijk recht was toegepast) het hof niet de bevoegdheid om vervolgens ambtshalve te beoordelen welk recht van toepassing is. De devolutieve werking van het hoger beroep leidt daar niet toe. Daaraan doet niet af dat, zoals het hof heeft overwogen, de vraag welk recht moet worden toegepast, voorafgaat aan de wijze waarop de rechtbank het door haar toepasselijk geoordeelde recht heeft toegepast.
Conclusie
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak, dat is overeenkomstig de conclusie van de A-G.