Alle berichten met de tag: BW art. 3:317 lid 1


Rb Amsterdam 18 september 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:5910

De rechtbank Amsterdam heeft de Hoge Raad verzocht bij wijze van prejudiciële beslissing antwoord te geven op de vraag of een rechtspersoon in de zin van art. 3:305a BW uit hoofde van zijn aan dit artikel ontleende bevoegdheid op de voet van art. 3:317 lid 1 BW de verjaring kan stuiten van rechtsvorderingen van personen wier gelijksoortige belangen hij ingevolge zijn statuten behartigt, strekkend tot nakoming van verbintenissen tot schadevergoeding te voldoen in geld. (meer…)