Selecteer een pagina

Dossier: Onteigeningsrecht


HR 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:161 (X c.s./Waterschap Scheldestromen)

Op grond van het overgangsrecht bij de Crisis- en Herstelwet is op onteigeningsbesluiten die na inwerkingtreding van die wet ter inzage zijn gelegd, art. 62 Onteigeningswet (nieuw) van toepassing. In deze bepaling is de onteigening ter zake van waterkeringen opgenomen. De nieuwe bepaling biedt volgens de Hoge Raad geen grond om te eisen dat de planologische basis voor bijkomende voorzieningen voortvloeit uit een maatregel genoemd in art. 62 lid 2, nu deze eis niet volgt uit art. 28 Wet op de waterkering(meer…)

HR 21 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3351 (X/gemeente Westland)

Ook bij onteigening van bedrijfsmatig gebruikte onroerende zaken moet volgens de Hoge Raad, voor beantwoording van de vraag of na aanschaf en aanpassing van een vervangend object sprake is van vermogensschade in de vorm van een onrendabele top, het vervangend object na aanpassing gewaardeerd worden tegen de waarde in het vrije commerciële verkeer (de marktwaarde).  (meer…)

HR 7 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3125 (Gemeente Den Haag/X)

De huurder van het onteigende die samen met een ander in de vorm van een vof een restaurant exploiteerde in het onteigende, heeft recht op vergoeding van de volledige bedrijfsschade van de vof als op deze huurder een verplichting rust om de toe te kennen vergoeding in de vof in te brengen. De bedrijfsschade moet dan worden aangemerkt als rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van de onteigening. (meer…)

HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3071 (SBOH c.s./Hoogheemraadschap van Rijnland)

De mogelijkheid tot onteigening van een erfpacht- of opstalrecht op grond van art. 4 Ow staat niet in de weg aan de mogelijkheid van opzegging van dat recht door de overheid als grondeigenaar op grond van art. 5:87 lid 3 en 5:104 lid 2 BW. (meer…)

HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076 (Eisers/Staat)

Indien in de periode tussen de mondelinge behandeling en de uitspraak van de rechter een of meer van de rechters van de zetel worden vervangen, moeten partijen daarover worden geïnformeerd onder opgaaf van redenen en de beoogde uitspraakdatum. Elke partij mag dan een nadere mondelinge behandeling verzoeken ten overstaan van de rechter(s) door wie de uitspraak zal worden gewezen. Als er geen proces-verbaal is van de eerdere zitting mag een dergelijk verzoek niet worden afgewezen. (meer…)

Conclusie P-G 10 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1825 (Minister van Financiën / Vereniging VEB NCVB, Stichting Beheer SNS Reaal e.a.)

A-G Timmerman concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Ondernemingskamer in de SNS-zaak. Volgens de A-G kan niet op voorhand worden uitgesloten dat de schadeloosstelling op nihil moet worden vastgesteld. Verder zijn de door de Ondernemingskamer geformuleerde maatstaven op grond waarvan de hoogte van de schadeloosstelling moet worden vastgesteld op diverse onderdelen niet in overeenstemming met de in art. 6:8 ev. Wet op het financieel toezicht (Wft) neergelegde maatstaven. (meer…)