Dossier: Onteigeningsrecht


HR 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:326 (X/Provincie Zuid-Holland)

De waarde van het onteigende wordt mede bepaald door een voldoende reële verwachting over een bestemmingswijziging van het onteigende. Die verwachting kan bestaan als er een verwachte bestemmingswijziging is van omringende of aanliggende gronden. Dit geldt volgens de Hoge Raad ook als het onteigende geen onderdeel uitmaakt van een complex waartoe mede de omringende of aanliggende gronden behoren. (meer…)

HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:843; ECLI:NL:HR:2013:846 en ECLI:NL:HR:2013:849 (Staat/Onteigenden)

Bij toepassing van de residuele methode ter bepaling van de schadeloosstelling voor gewonnen bodembestanddelen in het kader van een onteigening kan worden aangesloten bij exploitatiebegroting van andere, met het werk vergelijkbare projecten indien een exploitatiebegroting voor het werk waarvoor wordt onteigend ontbreekt. (meer…)

HR 27 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA1731 (Onteigenden/Gemeente Lansingerland)

Een door de Onteigeningswet (Ow) verlangde volledige vergoeding van de schade die het rechtstreeks en noodzakelijk gevolg is van de eigendomsontneming, omvat naar redelijkheid tevens vergoeding van de bedrijfsschade van de zonen van de onteigende, die geen economisch eigenaar zijn van het onteigende, maar wel een tuinbouwbedrijf op het onteigende hebben. Het afbouwen van een woning in het zicht van de onteigening is een normale verandering (art. 39 Ow). (meer…)

HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6532  (X/Staat)

Een hypotheekhouder heeft geen belang bij cassatieberoep voor zover hij klaagt over de hoogte van de onteigeningsschadeloosstelling, als het vonnis waarbij de schadeloosstelling is vastgesteld ten aanzien van de onteigende al in kracht van gewijsde is gegaan. Art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM en art. 43 Onteigeningswet (Ow) brengen niet mee dat de hypotheekhouder zelfstandig klachten kan richten tegen de rechtbankoordelen over de schadeloosstelling. (meer…)

HR 26 april 2013, LJN BZ1712 (X/Gemeente Weert)

Een koninklijk besluit tot onteigening (KB) moet binnen zes maanden na de terinzagelegging van het ontwerpbesluit worden genomen, maar de bekendmaking van dit KB hoeft niet binnen die termijn plaats te vinden. Dat volgt uit de tekst van art. 78 lid 6 Onteigeningswet. (meer…)

HR 5 april 2013, LJN BY8098 (X/gemeente Sittard-Geleen)

De overlegverplichting van art. 194 lid 2 Rv is niet van toepassing op de benoeming van deskundigen in de onteigeningsprocedure, zo leidt de Hoge Raad af uit art. 32 Onteigeningswet (Ow). Het beginsel van hoor en wederhoor speelt geen rol bij het horen in de administratieve onteigeningsfase bij de Kroon.  (meer…)