Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Resultaten voor ‘Marlies Witting’

Art. 7:941 lid 5 BW is niet analoog van toepassing op verhouding derde-claimant en WAM-verzekeraar

CB 2018-129 Geplaatst op 16 jul 2018 door

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1103 (Allianz c.s. / X)

Art. 7:941 lid 5 BW is niet analoog van toepassing op de verhouding tussen de derde-claimant en de WAM-verzekeraar. Art. 7:941 lid 5 BW is geschreven voor een specifieke contractuele rechtsverhouding en heeft bovendien een sanctiekarakter. De (potentieel) verstrekkende gevolgen van deze sanctie (verval van het recht op uitkering) brengen mee dat zij een wettelijke basis dient te hebben. Voor het aanvaarden van een algemene buitenwettelijke regel die meebrengt dat bij opzettelijke misleiding van de verzekeraar door de derde-claimant het eigen recht van art. 6 WAM vervalt, is geen plaats. Lees verder >

Stuiting verjaring door aansprakelijkheidserkenning verzekeraar ex art. 3:318 BW

CB 2018-31 Geplaatst op 01 feb 2018 door

HR 26 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:108

Indien de verzekeraar rechtsgeldig namens de verzekerde de aansprakelijkheid voor schade heeft erkend en vervolgens met de benadeelde in onderhandeling is getreden over de schadeafwikkeling, mag de benadeelde erop vertrouwen dat de verzekeraar bij de schadeafwikkeling optreedt als vertegenwoordiger van de verzekerde. Voor een eventuele erkenning door de verzekeraar (namens de verzekerde) als grond voor stuiting van de lopende verjaring, is voldoende de erkenning dat de benadeelde aanspraak heeft op een hogere vergoeding dan reeds (onder voorbehoud) is betaald. Lees verder >

Eigendom van elektriciteitsnet en belang bij vestiging van opstalrecht met betrekking tot bestanddelen daarvan

CB 2018-29 Geplaatst op 30 jan 2018 door

HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:1 en ECLI:NL:HR:2018:12 (Chemours/Stedin)

1) Uit de parlementaire geschiedenis van art. 5:20 lid 2 BW volgt dat de vraag wat behoort tot een net waarvan een definitie in een bijzondere wet is opgenomen, dient te worden beantwoord aan de hand van die definitie in die bijzondere wet. Deze definitie geeft in zoverre uitdrukking aan de heersende verkeersopvatting betreffende de vraag wat als bestanddeel van een net aangemerkt moet worden. De eigenaar van een net heeft een rechtens te respecteren belang bij de vestiging van een opstalrecht voor bestanddelen van dit net om het aan art. 5:21 BW ontleende exclusieve gebruiksrecht van de eigenaar van de grond te doorbreken.
2) Indien bestuursrechtelijke procedures leiden tot besluiten met formele rechtskracht, dient de burgerlijke rechter weliswaar uit te gaan van de rechtsgeldigheid en rechtmatigheid van die besluiten, maar is hij niet gebonden aan de inhoudelijke overwegingen die aan de besluiten ten grondslag zijn gelegd.

Lees verder >

Perikelen rondom verzuim en noodzaak tot ingebrekestelling bij ontbinding aannemingsovereenkomst

CB 2018-7 Geplaatst op 05 jan 2018 door

HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3144

Caribische zaak. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting omtrent art. 6:83 aanhef en onder c van het Curaçaose BW door te onderzoeken of verzoeker uit een mededeling van verweerder had moeten afleiden dat verweerder in de nakoming van de op hem rustende verbintenissen uit de aannemingsovereenkomst zou tekortschieten, in welk geval een ingebrekestelling achterwege kon blijven. Lees verder >

Koninkrijk niet één rechtsgebied bij erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse rechterlijke of arbitrale uitspraken

CB 2017-207 Geplaatst op 11 dec 2017 door

HR 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3104 (Sonera/Çukurova)

Artikel 40 van het Statuut voor het Koninkrijk ziet niet op het verlof tot tenuitvoerlegging van een buitenlandse rechterlijke of arbitrale beslissing, dat door een rechter in een land van het Koninkrijk is verleend op de voet van een erkennings- en tenuitvoerleggingsverdrag. Dit geldt ongeacht of een zodanig verdrag tevens voor andere landen van het Koninkrijk in werking is getreden. Een zodanig verlof strekt zich slechts uit tot het desbetreffende land binnen het Koninkrijk, tenzij de wet van een ander land van het Koninkrijk anders bepaalt. Lees verder >

Aanspraak op uitkering in geld wegens niet-genoten vakantiedagen is nog steeds een boedelschuld

CB 2017-205 Geplaatst op 07 dec 2017 door

HR 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2907 (UWV/Aukema q.q.)

Beantwoording prejudiciële vragen. (i) Het in 1999 gewezen arrest LISV/Wilderink q.q. vormt nog steeds geldend recht voor zover daarin is bepaald dat de uitkering in geld voor niet-genoten vakantiedagen (thans art. 7:641 BW) na ontslag door de curator moet worden aangemerkt als een boedelschuld ex art. 40 lid 2 Fw, ongeacht of deze betrekking heeft op vóór dan wel na de faillietverklaring opgebouwde vakantieaanspraken. (ii) De curator kan werknemers niet dwingen om niet-genoten vakantiedagen op te nemen tijdens de opzegtermijn teneinde het ontstaan van een boedelschuld te voorkomen. Lees verder >

Hoge Raad over vaststellen rechtens relevante kans in geval van kansschade

CB 2017-194 Geplaatst op 03 nov 2017 door

HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2786

Kansschade bij medische aansprakelijkheid. Uit het feit dat een (medisch) deskundige een kans niet in een percentage kan uitdrukken omdat naar de grootte van die kans geen onderzoek is gedaan, volgt niet dat die kans niet in een rechtens relevante omvang bestaat. Lees verder >

Hoge Raad over de rechtsvormende taak van de rechter

CB 2017-188 Geplaatst op 26 okt 2017 door

HR 13 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2614

Door het buiten toepassing laten van art. 1:5 lid 1 BW Aruba (BWA) wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel tussen de man en de vrouw en te beslissen dat het door de man erkende kind de geslachtsnaam van de vrouw behoudt, is het Hof zijn rechtsvormende taak te buiten gegaan. Met de vaststelling van de Landsverordening aanvulling BWA heeft de wetgever een keuze gemaakt uit de verschillende stelsels die denkbaar zijn om ongelijke behandeling op te heffen. Door bij die keuze aan te sluiten kan de rechter een oplossing bieden voor het rechtstekort van de geldende wetgeving. Lees verder >

Hoge Raad over mededelingsplicht in periode tussen invullen vragenlijst en acceptatie verzekering

CB 2017-172 Geplaatst op 27 sep 2017 door

HR 22 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2447

Als de verzekeraar uitdrukkelijk erop heeft gewezen dat wijzigingen in de periode tussen de invulling van het vragenformulier en de acceptatie van de verzekering dienen te worden gemeld, dienen bij de beantwoording van de vraag of sprake is van schending van de mededelingsplicht (art. 7:928 BW) geen zwaardere eisen te worden gesteld aan het kenbaarheidsvereiste dan bij het invullen van het vragenformulier. Lees verder >

Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap en daarvan deel uitmakende nalatenschap

CB 2017-166 Geplaatst op 18 sep 2017 door

HR 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2274

De verdeling van een nalatenschap is een rechtshandeling van de gezamenlijke erfgenamen die tot levering verplicht. In die rechtshandeling kan mede een andere rechtshandeling besloten liggen, zoals een schenking van een deelgenoot aan een andere deelgenoot, waaraan een uitsluitingsclausule kan worden verbonden (art. 3:38 lid 1 BW en art. 1:94 lid 2 onder a BW). Dit geldt ook indien het gaat om de verdeling van een nalatenschap waaraan de erflater zelf geen uitsluitingsclausule heeft verbonden.

Lees verder >

Pagina 1 van 612345...Minst recente »