Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

BW art. 3:4

Eigendom van elektriciteitsnet en belang bij vestiging van opstalrecht met betrekking tot bestanddelen daarvan

CB 2018-29 Geplaatst op 30 jan 2018 door

HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:1 en ECLI:NL:HR:2018:12 (Chemours/Stedin)

1) Uit de parlementaire geschiedenis van art. 5:20 lid 2 BW volgt dat de vraag wat behoort tot een net waarvan een definitie in een bijzondere wet is opgenomen, dient te worden beantwoord aan de hand van die definitie in die bijzondere wet. Deze definitie geeft in zoverre uitdrukking aan de heersende verkeersopvatting betreffende de vraag wat als bestanddeel van een net aangemerkt moet worden. De eigenaar van een net heeft een rechtens te respecteren belang bij de vestiging van een opstalrecht voor bestanddelen van dit net om het aan art. 5:21 BW ontleende exclusieve gebruiksrecht van de eigenaar van de grond te doorbreken.
2) Indien bestuursrechtelijke procedures leiden tot besluiten met formele rechtskracht, dient de burgerlijke rechter weliswaar uit te gaan van de rechtsgeldigheid en rechtmatigheid van die besluiten, maar is hij niet gebonden aan de inhoudelijke overwegingen die aan de besluiten ten grondslag zijn gelegd.

Lees verder >

Bestanddeelvorming bij tijdelijke hulpconstructies

CB 2012-237 Geplaatst op 12 dec 2012 door

HR 7 december 2012, LJN BX7474 (Prorail/Rijswijk Wonen)

De omstandigheid dat een zaak ten opzichte van een andere zaak een tijdelijke hulpfunctie vervult en bestemd is om daarna te worden verwijderd, levert in het algemeen een aanwijzing op dat die zaak naar verkeersopvatting niet als onderdeel van de andere zaak kan worden aangemerkt. Deze omstandigheid staat echter niet altijd in de weg aan het oordeel dat toch sprake is van een bestanddeel, nu dat immers mede afhangt van de overige omstandigheden van het geval. Lees verder >

Waterwoning is in het algemeen een roerende zaak

CB 2012-50 Geplaatst op 12 mrt 2012 door

HR 9 maart 2012, LJN BV8198

Dat een waterwoning geen zelfstandig drijfvermogen heeft en dat een bevestiging aan stabilisatiepalen moet voorkomen dat zij gaat kantelen, verhindert niet dat zij bestemd is om te drijven en in feite drijft, en dat zij daarmee een schip, en dus in beginsel een roerende zaak is. Bij de beantwoording van de vraag of de waterwoning op grond van artikel 3:4 BW als bestanddeel kan worden aangemerkt van het recreatiepark waarin zij is gelegen, dient niet het recreatiepark als mogelijke hoofdzaak in aanmerking te worden genomen, maar de grond onder en naast de waterwoning. Daarbij kan de verkeersopvatting alleen een rol spelen indien onzekerheid bestaat of de waterwoning kan worden beschouwd als duurzaam met de grond verenigd. Lees verder >