Alle berichten met de tag: BW art. 5:20


HR 7 december 2012, LJN BX7474 (Prorail/Rijswijk Wonen)

De omstandigheid dat een zaak ten opzichte van een andere zaak een tijdelijke hulpfunctie vervult en bestemd is om daarna te worden verwijderd, levert in het algemeen een aanwijzing op dat die zaak naar verkeersopvatting niet als onderdeel van de andere zaak kan worden aangemerkt. Deze omstandigheid staat echter niet altijd in de weg aan het oordeel dat toch sprake is van een bestanddeel, nu dat immers mede afhangt van de overige omstandigheden van het geval. (meer…)