Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: Fw art. 58


HR 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1785, ECLI:NL:HR:2020:1786 en ECLI:NL:HR:2020:1787

Art. 3:4 lid 1 en 2 BW bevatten elk een zelfstandige grond voor bestanddeelvorming van een zaak met een hoofdzaak. Voor bestanddeelvorming op grond van art. 3:4 lid 2 BW geldt een zuiver fysiek criterium. Niet relevant is wat de vermogensrechtelijke gevolgen zijn van de eventuele afscheiding van de zaak en de hoofdzaak, en of na afscheiding herstel kan plaatsvinden. (meer…)

HR 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2220 (De Vijf Musketiers/curatoren)

Art. 27 Fw biedt de wederpartij van een failliet zonder meer het recht schorsing van de procedure te vorderen om de curator in het geding te roepen. Een afweging van belangen in verband met een eventuele zekerheidsstelling voor de proceskosten komt pas aan de orde indien de curator zou beslissen de procedure niet over te nemen en de andere partij om ontslag van instantie verzoekt. (meer…)

HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:297

De rechter-commissaris (r-c) is gehouden om bij het geven van een beschikking ex artikel 58 Fw het in artikel 19 Rv verankerde beginsel van hoor en wederhoor in acht te nemen. Nu de beschikking van de r-c mede berust op bescheiden en gegevens waarover de partij ten nadele van wie de beschikking is gegeven zich niet heeft kunnen uitlaten, heeft de r-c het bepaalde in artikel 19 Rv geschonden.  (meer…)

HR 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:228 (mr. Welage q.q./Rabobank)

De uitoefening door de curator van een voor hem uit art. 58 lid 1 Fw voortvloeiende bevoegdheid kan in de omstandigheden van het geval misbruik van bevoegdheid in de zin van art. 3:13 BW behelzen. Van een zodanig misbruik kan onder meer sprake zijn indien de curator, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen de betrokken belangen, naar redelijkheid niet tot die uitoefening heeft kunnen komen. (meer…)

HR 16 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:87

De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat de (verdere) uitoefening door de curator van zijn uit art. 58 Fw voortvloeiende bevoegdheden, in aanmerking nemende de onevenredigheid van de betrokken belangen, misbruik van bevoegdheid oplevert. (meer…)