Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Proces- en beslagrecht

Geen verplichting tot ambtshalve toepassing art. 1:125 lid 2 Wft (Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen)

CB 2018-99 Geplaatst op 07 jun 2018 door

HR 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818 (Rabobank/verweerder)

Hoewel met de bepaling van art. 1:125 lid 2 Wft zwaarwegende belangen worden gediend, is zij niet van openbare orde omdat zij niet strekt ter bescherming van algemene belangen van zo fundamentele aard dat zij (ongeacht het partijdebat of de bijzondere omstandigheden van het geval) altijd door de rechter moeten worden toegepast.  Lees verder >

Zuiver processuele werkzaamheden vallen binnen de reikwijdte van de volledige proceskostenvergoeding IE

CB 2018-98 Geplaatst op 07 jun 2018 door

HR 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:721 (Becton/B. Braun)

De volledige proceskostenvergoeding in zaken op het gebied van intellectuele-eigendom (art. 1019h Rv) is ook van toepassing op werkzaamheden van zuiver processuele aard, zoals werkzaamheden die uitsluitend betrekking hebben op een ontvankelijkheidsvraag. Lees verder >

Terugbetaling proceskosten na een in cassatie vernietigde beslissing

CB 2018-92 Geplaatst op 29 mei 2018 door

HR 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:728

Een verwijzingshof is gehouden de proceskosten van het hoger beroep opnieuw te begroten, zowel wat betreft de proceshandelingen die aan de vernietiging zijn voorafgegaan, als die welke na verwijzing zijn verricht. Lees verder >

Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen uitspreken overdrachtsregeling

CB 2018-91 Geplaatst op 28 mei 2018 door

HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:538 (Conservatrix Groep / DNB c.s.)

(1) Uit art. 398, aanhef en onder 1e, Rv volgt dat cassatieberoep openstaat tegen de beschikking van de rechtbank waarbij het overdrachtsplan is goedgekeurd en de overdrachtsregeling is uitgesproken; (2) Cassatieberoep tegen een beschikking waarin de overdrachtsregeling is uitgesproken moet binnen veertien dagen na de dag van de uitspraak worden ingesteld. Lees verder >

Eis in de hoofdzaak kan ook aanhangig zijn voordat de beslagdebiteur ervan weet

CB 2018-89 Geplaatst op 28 mei 2018 door

HR 25 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:773 (Avonwick Holdings/VI Holding)

Voor het antwoord op de vraag wanneer ‘een eis in de hoofdzaak is ingesteld’ als bedoeld in art. 700 lid 3 Rv, is niet bepalend wanneer de wederpartij (de beslagdebiteur) van het instellen van de eis in de hoofdzaak op de hoogte is (gesteld). Beslissend is het moment waarop de procedure in de hoofdzaak aanhangig is. Aan het ingesteld zijn (aanhangig zijn) van de eis in de hoofdzaak staat niet in de weg dat de proceshandeling een ‘ex parte’-karakter heeft. Lees verder >

Onmiddellijke werking verjaringsbepaling art. 7:942 (oud) BW is in dit geval onaanvaardbaar

CB 2018-87 Geplaatst op 24 mei 2018 door

HR 18 mei 2018 ECLI:NL:HR:2018:726

Nadat de Hoge Raad in 2015 reeds had bepaald dat art. 7:942 (oud) BW onmiddellijke werking toekomt, had het hof na verwijzing geoordeeld dat de onmiddellijke werking in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid op grond van art. 75 Ow NBW onaanvaardbaar is. De Hoge Raad heeft nu bepaald dat dit terecht is. Er bestaat redelijkerwijs twijfel of de wetgever zich bewust is geweest van de gevolgen van de onmiddellijke werking. De onmiddellijke werking brengt een zware financiële en administratieve last mee voor de verzekeraar en de eventuele in het gedrang zijnde rechtsbescherming van een verzekerde weegt niet op tegen die lasten. Lees verder >

Uitleg overgangsbepalingen Landelijk procesreglement

CB 2018-82 Geplaatst op 14 mei 2018 door

HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:596

Uitleg overgangsbepalingen van art. 10.1 en 10.2 Landelijk procesreglement, zevende versie. Een redelijke en met de eisen van een goede procesorde strokende uitleg van die bepalingen brengt mee dat, nu onder de vierde versie van het Landelijk procesreglement een uitstel van 53 weken is verleend, waarna de zevende versie van toepassing is geworden, niet alleen op de voet van art. 2.21 vierde versie een laatste termijn van zes weken moet worden bepaald, maar ook die in die bepaling genoemde rechtsgevolgen van toepassing blijven.

Lees verder >

Geen doorbreking rechtsmiddelenverbod op enkele klacht dat wettelijke regel niet in acht is genomen

CB 2018-81 Geplaatst op 07 mei 2018 door

HR 4 mei ECLI:NL:HR:2018:684

De enkele klacht dat een wettelijke regel niet in acht is genomen, is volgens vaste rechtspraak onvoldoende voor doorbreking van een rechtsmiddelenverbod. Dat geldt in beginsel ook indien het gaat om vrijheidsbeneming en het (dus) een regel betreft die onderdeel is van een wettelijk voorgeschreven procedure als bedoeld in art. 5 lid 1 EVRMLees verder >

Reikwijdte art. 65 Fw

CB 2018-80 Geplaatst op 07 mei 2018 door

HR 4 mei 2018 ECLI:NL:HR:2018:686

Een ontslagverzoek als bedoeld in art. 73 Fw valt binnen het bereik van art. 65 Fw. Hieruit volgt dat de rechtbank de rechter-commissaris diende te horen alvorens op de voet van art. 73 Fw over het ontslag van de curator te beslissen. Lees verder >

Rechter moet verzoek tot gelasten voorlopig deskundigenbericht in beginsel toewijzen

CB 2018-76 Geplaatst op 03 mei 2018 door

HR 30 maart 2018 ECLI:NL:HR:2018:482

De Hoge Raad bevestigt met dit arrest de vaste jurisprudentie:  de rechter moet een verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht in beginsel toewijzen, mits het verzoek ter zake dienend is en voldoende concreet en het feiten betreft die met het deskundigenonderzoek  bewezen kunnen worden.  Lees verder >