Dossier: Proces- en beslagrecht


Het jaarverslag van de Hoge Raad over 2018 is gepubliceerd (2018.jaarverslaghogeraad.nl). De Hoge Raad memoreert in de inleiding dat het 180 jaar geleden is dat de Hoge Raad op 1 oktober 1838 werd ingesteld. Het Wetenschappelijk Bureau (WB) van de Hoge Raad vierde in 2018 het 40-jarig jubileum. Het bureau werd in 1978 opgericht ter ondersteuning van de leden van de raad en parket bij de voorbereiding van de arresten en de conclusies door middel van juridisch onderzoek. In 1978 bestond het WB uit zeven medewerkers, inmiddels zijn het zo’n 100 juristen. (meer…)

HR 19 april 2019 ECLI:NL:HR:2019:579 en ECLI:NL:HR:2019:580   

1) Onverenigbaarheid dictum en overweging, geen herstel mogelijk
2) Dwangsom bij bevel zich te onthouden van verrekening c.a.

Bevel zich te onthouden van iedere vorm van opschorting of verrekening totdat in de bodemprocedure over het bestaan van een vordering is beslist, is geen veroordeling tot betaling van een geldsom. Aan het bevel kan daarom een dwangsom worden verbonden. (meer…)

HR 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:647

In deze zaak geeft de Hoge Raad de kaders die gelden bij de beoordeling of een in een sociaal plan voorziene regeling in strijd is met het verbod van leeftijdsdiscriminatie. Bij deze beoordeling dient als uitgangspunt de Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van het algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PbEG 2000, L 303/16), die in de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid is geïmplementeerd. (meer…)

HR 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:649

In deze uitspraak beantwoordt de Hoge Raad de vragen van de rechtbank Overijssel over de arbeidsverhouding van een werknemer van een vof (in faillissement). Als een vof een arbeidsovereenkomst met een werknemer sluit, dan geldt dat als een arbeidsovereenkomst met de gezamenlijke vennoten. Een werknemer van een vof (of na subrogatie: het UWV) kan de uit de arbeidsovereenkomst voortspruitende vorderingen geldend maken tegen zowel de gezamenlijke vennoten als voor het geheel tegen elke afzonderlijke vennoot. De wettelijke voorrechten die met die vorderingen verbonden zijn, gelden ook bij uitoefening van verhaal op het privévermogen van de vennoten. Art. 40 lid 2 Fw brengt ten slotte mee dat aan een vordering als bedoeld in die bepaling (boedelschuld ter zake van loon of premieschulden), tevens het karakter van boedelschuld toekomt in het faillissement respectievelijk de schuldsaneringsregeling van een vennoot, maar slechts voor zover die vordering betrekking heeft op de periode na het ingaan van laatstbedoeld faillissement of schuldsaneringsregeling. (meer…)

HR 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:641

(i) Een meer bladzijden tellend stuk dat uitsluitend aan het slot is ondertekend, kan ook als onderhandse akte kwalificeren, als wordt voldaan aan de vereisten uit art. 156 lid 1 Rv.
(ii )Als de echtheid van een onderhandse akte wordt betwist, dat wil zeggen als wordt betwist dat het stuk dat als akte wordt gepresenteerd, overeenkomt met het stuk dat is ondertekend, volgt uit art. 150 Rv dat degene die zich op deze valsheid beroept, als hoofdregel de bewijslast terzake heeft. (meer…)

HR 5 april 2019 ECLI:NL:HR:2019:505

Grieven zijn alle gronden die appellant aanvoert ten betoge dat de bestreden uitspraak behoort te worden vernietigd, ook zonder dat zij door appellant (expliciet) als (genummerde) grief worden aangeduid. Daarbij kan van belang zijn hoe de wederpartij de processtukken van appellant heeft begrepen. (meer…)