Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


Hoge Raad 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:54 

In deze nieuwe cassatievlog bespreekt Jellis Jansen een recent arrest van de Hoge Raad over de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. De Hoge Raad oordeelt dat het verwijzingshof een gevorderde verklaring voor recht niet alsnog kon toewijzen, nadat het oorspronkelijke hof deze vordering eerder had afgewezen en hierover in cassatie niet was geklaagd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het verwijzingshof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, maar veroordeelt eiser tot cassatie wel in de kosten van het hoger beroep.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

 

Cassatievlog #152 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1807 

Een proces-verbaal van schikking heeft slechts executoriale kracht voor vorderingen die daarin met voldoende bepaaldheid zijn omschreven. Daarvan is geen sprake als het ontstaan van de vordering afhankelijk is van bij de opstelling van het stuk onzekere, toekomstige gebeurtenissen. (meer…)

HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1805

Er is in deze zaak volgens de Hoge Raad sprake van een kennelijke fout nu een in een tussenvonnis bij wijze van bindende eindbeslissing toegewezen vordering in het eindvonnis alsnog is afgewezen. De beoordeling in hoger beroep beperkt zich verder volgens de Hoge Raad, nu op grond van art. 31 lid 4 Rv geen voorziening openstaat, tot de vraag of sprake is van een doorbrekingsgrond. (meer…)

HR 12 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1899

Onder omstandigheden kan ook een verwijzing naar of herhaling van wat in eerste aanleg is aangevoerd als grief worden aangemerkt. Bepalend is of deze grond waarop de bestreden uitspraak zou moeten worden vernietigd behoorlijk naar voren is gebracht zodat die voor de rechter en de wederpartij kenbaar is. In dit geval is daarvan sprake. (meer…)

HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1864

Ambtshalve toetsing overeenkomstig de Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EEG) betekent dat de rechter zelfstandig dient te beoordelen of een beding oneerlijk is en de instructiemaatregelen moet nemen die nodig zijn om de volle werking van de richtlijn te verzekeren. Dit laat onverlet dat feiten en omstandigheden die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende zijn betwist, door de rechter als vaststaand moeten worden beschouwd (art. 149 lid 1 Rv). (meer…)

Hoge Raad 12 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1897

Vorderingen van ondernemers op de overheid uit hoofde van coronasteunmaatregelen (de NOW en de TVL) zijn overdraagbaar en daarmee verpandbaar. Er is volgens de Hoge Raad geen algemene regel dat de aard van geldvorderingen op de overheid uit hoofde van subsidieregelingen zich verzet tegen overdracht. Geldvorderingen uit hoofde van de NOW en de TVL hebben geen persoonlijk karakter en de aard van deze vorderingsrechten verzet zich niet tegen overdracht, ook al vloeien zij voort uit subsidieregelingen.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

 

Cassatievlog #151 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Cassatieblog.nl