Dossier: Proces- en beslagrecht


HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2393

Er staat geen hoger beroep open tegen een beschikking van de kantonrechter op een verzet tegen een uitdelingslijst van een nalatenschap (ex artikel 4:218 lid 3 BW). Op grond van artikel 4:218 lid 5 BW juncto artikel 187 lid 1 Fw moet er binnen 8 dagen cassatieberoep tegen een dergelijke beschikking worden ingesteld. Het feit dat in artikel 4:218 lid 5 BW is opgenomen dat de in de Faillissementswet opgenomen voorschriften “zoveel mogelijk” van overeenkomstige toepassing zijn, doet daar niet aan af. (meer…)

HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2369

Een cassatieberoep waarin alleen wordt geklaagd over niet beslissen over een deel van het gevorderde, is op grond van art. 399 Rv niet-ontvankelijk. Zijn in cassatie ook andere klachten aan de orde gesteld, dan bestaat voor niet-ontvankelijkheid op die grond geen aanleiding. (meer…)

HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2397 

De Wrakingskamer van de Hoge Raad heeft het wrakingsverzoek tegen de hele strafkamer van de Hoge Raad ongegrond verklaard. Het wrakingsverzoek was gericht tegen de werkwijze van de Hoge Raad, waarin drie of vijf raadsheren een zaak beslissen, terwijl de overige leden van een kamer (reservisten) kunnen deelnemen aan de beraadslaging over die zaak.  (meer…)

HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2320

Aan een algemeen aanbod om tegenbewijs te leveren door middel van getuigen mag de rechter niet ongemotiveerd voorbij gaan. Wanneer de rechter voorshands, behoudens tegenbewijs, bepaalde feiten als vaststaand aanneemt, hoeft een partij dit voorshands geleverde bewijs niet eerst te ontkrachten om tot tegenbewijs te worden toegelaten. (meer…)

HR 7 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2254 (HP Nederland c.s. / Staat en Stichting De Thuiskopie)

De Hoge Raad bekrachtigt het oordeel van het hof Den Haag dat de thuiskopie-AMvB’s over de jaren 2013-2017 verbindend zijn. Onder meer de klachten over de toepasselijkheid van een ‘licentiemodel’ bij de bepaling van de billijke compensatie worden verworpen.

(meer…)

HR 30 november ECLI:NL:HR:2018:2216

Het in art. 19 Rv neergelegde beginsel van hoor en wederhoor brengt mee dat het hof, nu het de eisvermeerdering van de oorspronkelijke eiseres toestond, appellant in de gelegenheid had moeten stellen om zich uit te laten over de vermeerderde eis. (meer…)