Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


HR 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:472

Indien na de mondelinge behandeling een of meer rechters ten overstaan van wie de behandeling heeft plaatsgevonden worden vervangen, dient het gerecht dit vóór de eerstvolgende uitspraak mee te delen aan partijen. Dit geldt voor elke uitspraak waarin een rechter ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden wordt vervangen, ook als die vervanging pas plaatsvindt ná een eerst op de mondelinge behandeling gevolgde tussenuitspraak. Het is dus niet langer aan partijen om vanaf de eerste uitspraak na de mondelinge behandeling navraag bij het gerecht te doen over een mogelijke rechterswisseling. (meer…)

HR 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:485

Een reconventionele vordering kan alleen worden ingesteld tegen een processuele wederpartij. Indien de afzonderlijke vennoten van een vof geen partij zijn bij de procedure kan tegen hen dus geen reconventionele vordering worden ingesteld. Een partij kan de rechter wel verzoeken om de vennoten op grond van art. 118 Rv in het geding te betrekken. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad in dit arrest dat de herkansingsfunctie van een hoger beroep meebrengt dat een partij in hoger beroep voor het eerst een verweer mag voeren of een bepaalde stelling mag innemen, ook als zij in eerste aanleg daarmee strijdige verweren of stellingen heeft (aan)gevoerd. Deze regel is echter niet onbegrensd. Onder omstandigheden kan een partij het recht daartoe hebben verwerkt, zodat het inroepen van een nieuwe stelling of een nieuw verweer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Of daarvan sprake is, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. (meer…)

HR 13 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:416 (X/BING)

Een vordering tot rectificatie is geen rechtsvordering betreffende een recht dat tot de boedel behoort in de zin van art. 25 lid 1 Fw gelet op het persoonlijke karakter ervan. De curator is daarom niet bevoegd het geding ter zake een dergelijke vordering  over te nemen. Indien de curator het geding niettemin (ook in zoverre) heeft overgenomen en de rechtbank dit heeft geaccepteerd, moet de gefailleerde die de overname betwist tegen deze (rol)beslissing van de rechtbank echter wel een rechtsmiddel instellen om te voorkomen dat zij kracht van gewijsde krijgt. (meer…)

HR 21 februari 2020 ECLI:NL:HR:2020:311

Over de uitleg van het begrip ‘opzet tot misleiding’ in art. 7:941 lid 5 BW had de Hoge Raad zich nog niet uitgelaten. De Hoge Raad sluit aan bij (de uitleg van) het begrip opzet tot misleiding in art. 7:930 lid 5 BW. Voor opzet tot misleiding als bedoeld in art. 7:941 lid 5 BW moet daarom worden onderzocht of de verzekerde de bedoeling heeft gehad de verzekeraar te bewegen tot het verstrekken van een uitkering die de verzekeraar zonder de schending van de mededelingsplicht niet zou hebben verstrekt.

(meer…)

HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:284

(i) In hoger beroep moet de vraag of het verzoek van de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst terecht is toegewezen ‘ex tunc’ worden beoordeeld.

(ii) Het staat partijen in hoger beroep vrij andere feiten en omstandigheden naar voren te brengen, maar de rechter mag slechts acht slaan op de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan vóór de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter.

(iii) De vraag of de rechter in hoger beroep moet voorzien in herstel van de arbeidsovereenkomst of aan de werknemer een billijke vergoeding moet toekennen dient ‘ex nunc’ te worden beoordeeld.

(iv) Dit geldt ook voor de beoordeling van het recht op en de omvang van de transitievergoeding en de billijke vergoeding, met dien verstande dat de vraag of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkgever of werknemer naar haar aard ‘ex tunc’ moet worden beoordeeld.

(meer…)

HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:283

(i) Een arbeidsovereenkomst kan niet gedeeltelijk worden ontbonden. Wel kan een arbeidsovereenkomst gedeeltelijk worden beëindigd. De Hoge Raad noemt enkele gevallen waarin van een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst sprake kan zijn.

(ii) Indien een verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is afgewezen, dient de rechter in hoger beroep aan de hand van de hem ten tijde van zijn beslissing bekende feiten en omstandigheden te beoordelen of het ontbindingsverzoek ten onrechte is afgewezen (‘ex nunc’).

(meer…)