Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1812

Een inzagevordering op de voet van art. 843a (oud) Rv is alleen toewijsbaar als een rechtsbetrekking voldoende aannemelijk is. De verplichting van een bemiddelaar om zijn opdrachtgever ervan in kennis te stellen dat hij een persoonlijk belang had bij totstandkoming van de overeenkomst waarbij hij heeft bemiddeld (art. 7:418 lid 1 BW in verbinding met art. 7:427 BW) kan een dergelijke rechtsbetrekking opleveren. Ook de verplichting tot het afleggen van verantwoording (art. 7:403 lid 2 BW) kan een rechtsbetrekking opleveren. (meer…)

Hoge Raad 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1865

Met waardevermeerdering na de peildatum kan in landinrichtingszaken in beginsel geen rekening worden gehouden. Anders kan een belanghebbende niet afwegen of bezwaar moet worden gemaakt en zou hij bovendien kunnen worden geconfronteerd met een vergoeding voor na de peildatum opgetreden waardevermeerdering. Martijn Scheltema bespreekt de uitspraak in drie minuten.

 

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #149 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 21 november 2025 ECLI:NL:HR:2025:1725 

Art. 426a lid 1 Rv bepaalt dat het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een procesinleiding die wordt getekend door een advocaat bij de Hoge Raad en wordt ingediend op de wijze bedoeld in art. 397 Rv, waar is bepaald dat de procesinleiding langs elektronische weg (via het portaal) wordt ingediend. (meer…)

HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1658

Een incidentele vordering tot verwijdering van stukken uit het dossier, op de grond dat deze stukken gelet op art. 419 lid 2 Rv geen rol kunnen spelen bij de beoordeling van het cassatiemiddel, wordt afgewezen. De reden is dat in een andere zaak, die nu aanhangig is, zal worden ingegaan op de vraag of, en, zo ja, onder welke voorwaarden en op welke wijze, een uitzondering moet worden gemaakt op de regel van art. 419 lid 2 Rv, in het bijzonder vanwege het beroep van de betrokkene op art. 3 EVRM en art. 13 EVRM. (meer…)

HR 31 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1631

Tussen partijen was onenigheid ontstaan over de vraag of een eerste bewijsbeslag was vervallen. Daarom heeft verweerder in cassatie zekerheidshalve opnieuw beslag gelegd. Tegen deze achtergrond kon het hof oordelen dat de omstandigheid dat verweerster de bewaarder niet had geïnstrueerd de eerder beslagen bescheiden te vernietigen, niet meebracht dat het tweede beslag onrechtmatig was. (meer…)

HR 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1569

Tegen een beslissing van de rechter dat een beroep op bedrog in strijd is met de eisen van een goede procesorde als bedoeld in art. 130 lid 1 Rv, staat geen rechtsmiddel open. (meer…)

Cassatieblog.nl