Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


Hoge Raad 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1540

Een cliënt van een advocaat heeft zich hoofdelijk verbonden voor een schuld van een vennootschap waarvan hij bestuurder is. Als de schuldeiser de cliënt aanspreekt, wijst diens advocaat hem niet op de mogelijkheid dat zijn echtgenote de overeenkomst wellicht kan vernietigen (art. 1:88 lid 1 onder C i.s.m. 1:89 BW-SM). Heeft de advocaat een beroepsfout gemaakt? Het Gemeenschappelijk Hof vindt van niet, maar de Hoge Raad vernietigt. Jerre de Jong bespreekt de uitspraak in drie minuten.

 

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #144 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Hoge Raad 5 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1240 en Hoge Raad 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1172

Hoe moet de rechter omgaan met een verzoek om een mondelinge behandeling? Wanneer vervalt het recht op een mondelinge behandeling? In deze vlog bespreekt Maartje Möhring twee recente uitspraken van de Hoge Raad over het recht op mondelinge behandeling.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #141 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1534

De partij die zich als belangenorganisatie wenst te voegen aan de zijde van de oorspronkelijke gedaagde in een procedure op de voet van art. 3:305a BW hoeft daarvoor niet te voldoen aan alle eisen die dat wetsartikel stelt.
Wel kleurt art. 3:305a BW het op grond van art. 217 Rv vereiste belang bij voeging. (meer…)

HR 3 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1462

  1. De behoorlijk opgeroepen getuige die zich op een verschoningsrecht meent te kunnen beroepen, moet in beginsel gewoon op de voor het verhoor bepaalde dag ter zitting te verschijnen. Ter zitting zal de rechter ten overstaan van alle partijen beoordelen of de getuige een beroep op een verschoningsrecht toekomt.
  2. Als aanstonds duidelijk is dat de getuige zich op een verschoningsrecht kan beroepen, kan het praktisch zijn om de rechter te verzoeken daarover eerst schriftelijk te beslissen.
  3. Als degene die de getuige wenst te horen zich niet met het beroep op het verschoningsrecht kan verenigen, zal de getuige toch gewoon ter zitting moeten verschijnen. Dit is alleen anders als degene die volhardt in het oproepen van de getuige geen enkel rechtens te respecteren belang daarbij heeft aangevoerd. Als dat zo is kan de rechter alsnog voorafgaand aan de zitting schriftelijk beslissen over het beroep op een verschoningsrecht.
  4. De beslissing van de rechter dat de opgeroepen getuige toch ter zitting moet verschijnen, is een tussenuitspraak, waartegen alleen met verlof een rechtsmiddel kan worden aangewend.

(meer…)

HR 4 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1093

Het hof mocht niet ambtshalve oordelen over de vraag welk recht van toepassing is, ook niet na het slagen van een grief over de manier waarop de rechtbank het (volgens de rechtbank) toepasselijke recht had toegepast.

(meer…)

Cassatieblog.nl