Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: Richtlijn oneerlijke bedingen


HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1856

Een kostenbeding in een overeenkomst tussen een juridische dienstverlener en haar cliënt hoeft niet te worden getoetst aan de Richtlijn oneerlijke bedingen, omdat daarover afzonderlijk is onderhandeld. (meer…)

HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1864

Ambtshalve toetsing overeenkomstig de Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EEG) betekent dat de rechter zelfstandig dient te beoordelen of een beding oneerlijk is en de instructiemaatregelen moet nemen die nodig zijn om de volle werking van de richtlijn te verzekeren. Dit laat onverlet dat feiten en omstandigheden die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende zijn betwist, door de rechter als vaststaand moeten worden beschouwd (art. 149 lid 1 Rv). (meer…)

HR 23 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:820

(i) Een proceskostenbeding in een huurovereenkomst, op grond waarvan de huurder die tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst alle gerechtelijke kosten moet betalen die de verhuurder maakt, is oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13/EG (hierna: de Richtlijn oneerlijke bedingen). Een dergelijk beding is daarom vernietigbaar.
(ii) Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) is niet met zekerheid af te leiden of de rechter vervolgens nog een proceskostenveroordeling op de voet van art. 237 e.v. mag uitspreken ten laste van de huurder. De Hoge Raad stelt hierover een prejudiciële vraag aan het HvJEU. (meer…)

Hoge Raad 23 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:820

De Hoge Raad beslist in deze uitspraak dat een proceskostenbeding in zijn algemeenheid een oneerlijk beding is, dat buiten toepassing moet worden gelaten. Betekent dat ook dat in die gevallen een ‘gewone’ proceskostenveroordeling, op basis van het liquidatietarief, niet mogelijk is? Giel Wind bespreekt in deze cassatievlog de uitspraak van de Hoge Raad.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #134 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Cassatieblog HR 24 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1627

Dat een rechter in een verstekvonnis ten onrechte nalaat bedingen (kenbaar) op oneerlijkheid te toetsen, zoals bedoeld in de Richtlijn oneerlijke bedingen, brengt niet mee dat een andere dan de wettelijke verzettermijn geldt. Dat een dergelijk verstekvonnis onherroepelijk wordt is niet strijdig met het Unierecht, want dat staat toe dat redelijke beroepstermijnen worden gehanteerd in het belang van de rechtszekerheid. (meer…)

Cassatieblog.nl