Alle berichten met de tag: rechtsmacht


3 oktober 2025 ECLI:NL:HR:2025:1468

Deze zaak gaat over de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is. Na daartoe door de Marokkaanse rechter verleend verlof, wordt in Marokko beslag gelegd op een zeeschip. Bij de Nederlandse rechter vordert de beslagene schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag. De beslaglegger stelt dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om te oordelen over die vordering, omdat op grond van art. 5 Beslagverdrag exclusieve rechtsmacht toekomt aan het beslagforum te Marokko. De Hoge Raad verwerpt dat betoog omdat vorderingen strekkend tot schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag niet kunnen worden aangemerkt als vorderingen die nauw verband houden met ‘de opheffing van het beslag’ of ‘de genoegzaamheid van de borgtocht of de zekerheid’ in de zin van art. 5 Beslagverdrag. (meer…)

HR 29 mei 2020 ECLI:NL:HR:2020:956

Artikel 11 LLMC betreft geen zuivere rechtsmachtbepaling, zodat de rechtsmacht moet berusten op een buiten het LLMC gelegen grondslag. Artikel 11 LLMC brengt wel een beperking aan op de bevoegdheid van de rechter om een verzoek tot fondsvorming in te willigen, doordat het de eis stelt dat in de verdragsstaat van die rechter een rechtsgeding (waaronder valt: een arbitrage procedure) aanhangig wordt gemaakt met betrekking tot voor beperking vatbare vorderingen. In zoverre betreft artikel 11 LLMC een verkapte rechtsmachtbepaling.
De Hoge Raad neemt voorshands aan dat art. 9 Brussel I-bis uitsluitend betrekking heeft op de zelfstandige vordering die de scheepseigenaar instelt tegen degene die een aanspraak pretendeert, en niet op een verzoek tot fondsvorming en beperking van aansprakelijkheid als bedoeld in art. 642a lid 1 Rv jo. artt. 8:750-759 BW. Bij gegrondbevinding van de klacht bestaat geen belang, omdat de rechtbank Rotterdam bevoegd is op andere gronden. Voor het stellen van prejudiciële vragen bestaat ook geen noodzaak. (meer…)

HR 26 juni 2020 ECLI:NL:HR:2020:1148

Het oordeel van het hof dat, gelet op de belangen van de Staat en gelet op de omstandigheid dat de vrouwen uit eigen beweging zijn uitgereisd naar het jihadistisch strijdgebied, ondanks zwaarwegende belangen van vrouwen en kinderen, de Staat in redelijkheid heeft kunnen komen tot zijn beslissing om hen niet naar Nederland terug te halen en zich daartoe ook niet in te spannen, blijft in stand.  (meer…)

HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:566

De criteria voor het aannemen van rechtsmacht op grond van art. 10 jo. 767 Rv (“forum arresti“) zijn als volgt:
(i) De voorzieningenrechter heeft op grond van art. 765 Rv verlof verleend tot het leggen van conservatoir vreemdelingenbeslag en er is met gebruikmaking van dat beslagverlof daadwerkelijk beslag gelegd;
(ii) Het geding vormt de eis in de hoofdzaak in de zin van art. 767 Rv;
(iii) Aan de Nederlandse rechter komt niet reeds rechtsmacht toe op een andere grondslag, zoals de art. 2-9 Rv;
(iv) De beslaglegger kan niet door middel van een procedure bij een buitenlandse overheidsrechter een uitspraak kan verkrijgen die op grond van een EU-verordening of een verdrag vatbaar is voor tenuitvoerlegging in Nederland. Bij dit criterium moet worden gedacht aan toepasselijke verdragen of forumkeuzebedingen. (meer…)

HR 29 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:443

De Nederlandse wetgever heeft niet beoogd om bij de inrichting van art. 7 lid 1 Rv af te wijken van de uitleg door het HvJEU van de Brussel I-bis-verordening. Ook bij toepassing van de maatstaf in art. 7 lid 1 Rv geldt daarom dat de rechter die onderzoekt of hem bevoegdheid toekomt, zich bij dit onderzoek niet mag beperken tot de stellingen van de eisende of verzoekende partij, maar ook acht moet slaan op alle hem ter beschikking staande gegevens over de werkelijk tussen partijen bestaande rechtsverhouding, waaronder de stellingen van de verwerende partij
(meer…)

Cassatieblog.nl