HR 12 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1897
Vorderingen van ondernemers op de overheid uit hoofde van coronasteunmaatregelen zijn overdraagbaar en daarmee verpandbaar. (meer…)
Alle berichten van: Monique Hazelhorst
HR 12 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1897
Vorderingen van ondernemers op de overheid uit hoofde van coronasteunmaatregelen zijn overdraagbaar en daarmee verpandbaar. (meer…)
Hoge Raad 12 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1897
Vorderingen van ondernemers op de overheid uit hoofde van coronasteunmaatregelen (de NOW en de TVL) zijn overdraagbaar en daarmee verpandbaar. Er is volgens de Hoge Raad geen algemene regel dat de aard van geldvorderingen op de overheid uit hoofde van subsidieregelingen zich verzet tegen overdracht. Geldvorderingen uit hoofde van de NOW en de TVL hebben geen persoonlijk karakter en de aard van deze vorderingsrechten verzet zich niet tegen overdracht, ook al vloeien zij voort uit subsidieregelingen.
Cassatievlog #151 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1812
Een inzagevordering op de voet van art. 843a (oud) Rv is alleen toewijsbaar als een rechtsbetrekking voldoende aannemelijk is. De verplichting van een bemiddelaar om zijn opdrachtgever ervan in kennis te stellen dat hij een persoonlijk belang had bij totstandkoming van de overeenkomst waarbij hij heeft bemiddeld (art. 7:418 lid 1 BW in verbinding met art. 7:427 BW) kan een dergelijke rechtsbetrekking opleveren. Ook de verplichting tot het afleggen van verantwoording (art. 7:403 lid 2 BW) kan een rechtsbetrekking opleveren. (meer…)
HR 14 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1687
HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1658
Een incidentele vordering tot verwijdering van stukken uit het dossier, op de grond dat deze stukken gelet op art. 419 lid 2 Rv geen rol kunnen spelen bij de beoordeling van het cassatiemiddel, wordt afgewezen. De reden is dat in een andere zaak, die nu aanhangig is, zal worden ingegaan op de vraag of, en, zo ja, onder welke voorwaarden en op welke wijze, een uitzondering moet worden gemaakt op de regel van art. 419 lid 2 Rv, in het bijzonder vanwege het beroep van de betrokkene op art. 3 EVRM en art. 13 EVRM. (meer…)