Selecteer een pagina

Dossier: Intellectuele-eigendomsrecht


HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1270 (Nanada/Golden Earring)

Hoewel art. 25e Auteurswet in de onderhavige zaak niet van toepassing is, moet in het licht van de uit de totstandkomingsgeschiedenis van dit artikel blijkende maatschappelijke opvattingen worden aanvaard dat, gelet op de aard en strekking van een exploitatieovereenkomst als de onderhavige, voor opzegging in beginsel een voldoende zwaarwegende grond nodig is. Dit vereiste verliest echter aan gewicht naarmate een exploitatieovereenkomst langere tijd heeft geduurd en investeringen kunnen zijn terugverdiend. (meer…)

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:692 (Sun/Novartis)

1. De regel dat de rechter in kort geding zijn uitspraak dient af te stemmen op die in de bodemprocedure, is in de cassatieprocedure niet van toepassing. Deze regel geldt uitsluitend voor de rechter die over de feiten oordeelt; 2. Ervan uitgaande dat indirecte inbreuk op een ‘Swiss-type claim’ rechtens mogelijk is, heeft het hof in dit kort geding terecht geoordeeld dat in deze zaak aan de vereisten van indirecte octrooi-inbreuk als bedoeld in art. 73 ROW 1995 is voldaan.

(meer…)

HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:938  (All Round / Simstars)

Als aanbieder van een succesvol ontwerp is het niet alleen vanuit praktisch oogpunt, maar ook vanuit juridisch oogpunt van belang om tijdig op te treden tegen namaakproducten. Naarmate steeds meer nabootsingen van een ontwerp op de markt verschijnen, kan het ‘eigen gezicht’ van het ontwerp afnemen of zelfs geheel verdwijnen (’verwatering’). Een beroep op het verbod op slaafse nabootsing zal dan niet langer slagen, ook wanneer producten op het eerste gezicht grote gelijkenis vertonen. (meer…)

HR 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2834 (Synthon/Astellas)

Prejudiciële vragen aan het HvJEU over de maatstaf voor toewijsbaarheid van een exhibitievordering in IE-zaken: moet onderscheid moet worden gemaakt al naargelang de partij van wie exhibitie wordt verlangd, een (beweerdelijke) inbreukmaker is of een derde? En aan de hand van welke maatstaf moet de gegrondheid worden beoordeeld van een nietigheidsverweer? (meer…)

HvJEU 20 oktober 2016, C‑169/15, ECLI:EU:C:2016:790 (Montis/Goossens)

(1) De termijnen uit de beschermingstermijnrichtlijn zijn niet van toepassing op auteursrechten die aanvankelijk door een nationale wetgeving werden beschermd, maar vóór 1 juli 1995 zijn vervallen. (2) De beschermingstermijnrichtlijn verzet zich niet tegen een nationale wettelijke regeling die aanvankelijk auteursrechtelijke bescherming had verleend aan een werk, maar die vervolgens vóór 1 juli 1995 deze rechten als blijvend vervallen heeft beschouwd wegens het niet voldoen aan een formeel vereiste. (meer…)

Cassatieblog.nl