Alle berichten met de tag: exploitatieovereenkomst


HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1270 (Nanada/Golden Earring)

Hoewel art. 25e Auteurswet in de onderhavige zaak niet van toepassing is, moet in het licht van de uit de totstandkomingsgeschiedenis van dit artikel blijkende maatschappelijke opvattingen worden aanvaard dat, gelet op de aard en strekking van een exploitatieovereenkomst als de onderhavige, voor opzegging in beginsel een voldoende zwaarwegende grond nodig is. Dit vereiste verliest echter aan gewicht naarmate een exploitatieovereenkomst langere tijd heeft geduurd en investeringen kunnen zijn terugverdiend. (meer…)

HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1441

(i) Op ongedaanmaking van infrastructurele werkzaamheden die de Gemeente ter uitvoering van nietige – want in strijd met de gemeentelijke exploitatieverordening, art. 42 WRO (oud) –  exploitatieovereenkomsten heeft verricht, zijn de ‘Warmond-jurisprudentie’ en art. 6:210 lid 2 BW van toepassing.

(ii) Het hof heeft ten onrechte niet onderzocht of de toegewezen bedragen hoger lagen dan de marktwaarde die de door de Gemeente verrichte prestaties ten tijde van de ontvangst daarvan voor de percelen van eiser X hadden. (meer…)

HR 11 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:391 (Gemeente Medemblik / Het Grootslag)

De Hoge Raad heroverweegt zijn bij tussenarrest gegeven oordeel en overweegt dat ingevolge art. 9.1.5 lid 2 Invoeringswet Wro het oude recht van de WRO van toepassing blijft indien binnen een jaar na de inwerkingtreding van de Wro een wijzigingsplan ter inzage is gelegd. Het hof is abusievelijk uitgegaan van de ontwerptekst van art. 9.1.5 lid 2 Invoeringswet Wro. (meer…)

HR 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3532 (X/Gemeente Reusel-De Mierden)

1. Een exploitatieovereenkomst die is gesloten onder de WRO (oud), waarbij de geldende exploitatieverordening niet in acht is genomen, is nietig wegens strijd met de openbare orde. 2. Kosten die gemaakt zijn bij het verrichten van prestaties op grond van de (nietige) exploitatieverordening kunnen worden verhaald op grond van art. 6:210 lid 2 BW, waarbij de aanspraak beperkt is tot het laagste van de bedragen die voortvloeien uit respectievelijk de juiste toepassing van de exploitatieverordening en de marktwaarde van de verrichte prestatie. 3. Bij de beoordeling of en in hoeverre de vergoedingsplichtige aan de benadeelde kan tegenwerpen dat deze de schade niet heeft beperkt, moet ook in aanmerking worden genomen dat het aan het handelen of nalaten van de vergoedingsplichtige is te wijten dat de benadeelde in de situatie is beland die tot schadebeperking noodzaakt. (meer…)