Selecteer een pagina

Dossier: Arbeidsrecht


HR 7 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:213

Indien een werknemer een werkgever ertoe beweegt een arbeidsovereenkomst tot stand te doen komen door enige opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededeling, door het opzettelijk daartoe verzwijgen van enig feit dat hij verplicht was mede te delen of door een andere kunstgreep, is bedrog aanwezig en kan de werkgever zich beroepen op de (buitengerechtelijke) vernietiging van de arbeidsovereenkomst. Voor het slagen van dit beroep is niet vereist dat de arbeidsovereenkomst (vrijwel) geheel nutteloos is geweest. (meer…)

HR 24 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:114

Het oordeel van het hof over de passendheid en noodzakelijkheid van de aftoppingsregeling berust niet op een afweging in redelijkheid van de gestelde, ter zake dienende omstandigheden. Daarnaast heeft het hof de passendheid en noodzakelijkheid van de aftoppingsregeling in algemene zin beoordeeld en dus niet in het licht van alle met die regeling nagestreefde legitieme doelen. De Hoge Raad vernietigt. (meer…)

HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2037  en HR 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:72 

Het ABP maakt geen verboden leeftijdsonderscheid met de in het tot 1 januari 2015 geldende pensioenreglement opgenomen passage dat de pensioenopbouw van een gewezen werknemer met een ontslag- of werkloosheidsuitkering stopt wanneer deze gewezen werknemer de leeftijd van 62 jaar bereikt. (meer…)

HR 29 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1858

Het verwijzingshof moet, met inachtneming van alle feitelijke omstandigheden die de betrokken transactie kenmerken, opnieuw onderzoeken of een overgang van onderneming heeft plaatsgevonden. (meer…)

HR 29 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1864; 1867; 1869;  en 1870

Wanneer de werkgever zich beroept op een eenzijdig wijzigingsbeding, moet de rechter – met inachtneming van alle omstandigheden van het geval – beoordelen of het belang van de werkgever bij wijziging van de arbeidsvoorwaarde, ten opzichte van het belang van de werknemer bij ongewijzigde instandhouding van de arbeidsvoorwaarde, zodanig zwaarwichtig is, dat het belang van de werknemer op gronden van redelijkheid en billijkheid moet wijken voor het belang van de werkgever. (meer…)

HR 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1834

Aan de in art. I.3 en I.16 lid 1 van de Staatsregeling van Aruba opgenomen grondrechten komt als zodanig geen directe werking toe in verhoudingen tussen burgers onderling. Beperkingen van de uitoefening van deze grondrechten kunnen daarom in beginsel door partijen worden overeengekomen. De door partijen gesloten overeenkomst waarin de werknemer aan de werkgever toestemming geeft voor het uitvoeren van alcohol- en drugstesten, is dan ook verenigbaar met deze grondrechten. (meer…)