Dossier: Personen- en familierecht


HR 2 februari 2024 ECLI:NL:HR:2024:148

Deze zaak gaat over erkenning van een kind door een vrouw die ten tijde van de zwangerschap en de geboorte een relatie had met de moeder. Daarvoor is – bij gebreke van toestemming van de moeder – onder meer vereist dat de vrouw als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad (art. 1:204 lid 4 BW). De Hoge Raad legt uit hoe dit vereiste moet worden uitgelegd in gevallen van kunstmatige bevruchting. Gijsbrecht Nieuwland bespreekt deze zaak.

Cassatievlog #086 is ook als podcast beschikbaar.

HR 1 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1148 (cassatie in belang der wet)

De wet biedt geen grondslag om het perspectiefbesluit van een gecertificeerde instelling als zodanig ter toetsing aan een rechter voor te leggen. Als de wetgever dat wenselijk acht, is het aan de wetgever om daarvoor in een rechtsgang te voorzien. (meer…)

HR 17 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1571

De wet kent geen specifieke regeling voor vergoedingsrechten van informeel samenlevenden in verband met vermogensverschuivingen tussen de vermogens van de informeel samenlevenden. In de situatie waarin informeel samenlevenden ongelijk hebben bijgedragen aan de financiering van een gemeenschappelijk goed, bijvoorbeeld wanneer één van de partners uit zijn eigen vermogen een woning heeft gefinancierd die hen gezamenlijk is gaan toebehoren, zal aan de hand van het algemene vermogensrecht beoordeeld moeten worden of een vergoedingsrecht geldend gemaakt kan worden. (meer…)

HR 17 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1596

(i) Als tijdens een procedure bij een partij een vermoeden van bedrog door de wederpartij rijst, mag die partij dit vermoeden naar voren brengen zolang de zaak nog niet in staat van wijzen is. De rechter dient de desbetreffende partij in de gelegenheid te stellen haar standpunt dat door de wederpartij bedrog is gepleegd, uiteen te zetten;
(ii) Art. 8c PSW kan niet zo ruim worden uitgelegd dat ook een staking van toekomstige pensioenopbouw moet worden aangemerkt als een vermindering van pensioenaanspraken waarvoor de toestemming van de echtgenoot nodig is;
(iii) Bij de berekening van het te verevenen pensioen op de voet van art. 3 Wvps moet worden uitgegaan van de tijdsevenredige aanspraak op het pensioen en niet slechts van de aanspraak voor zover die op het tijdstip van de echtscheiding is gefinancierd. (meer…)

HR 13 oktober 2023 ECLI:NL:HR:2023:1459

In de praktijk legden rechters soms ambtshalve een dwangsom op voor het geval een omgangsregeling niet zou worden nageleefd. Maar mogen rechters dat eigenlijk wel doen? Daarover gaat de uitspraak die Ruben de Graaff in dit vlog bespreekt.

Cassatievlog #072 is ook als podcast beschikbaar.

HR 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:949

Wie onder curatele staat, kan alleen een pensioenverweer voeren in een echtscheidingsprocedure tegen de andere echtgenoot, als hij daarvoor toestemming heeft van de curator. (meer…)

Cassatieblog.nl