Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: wettelijke rente


HR 13 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:239

De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over de wettelijke rente en de wettelijke verhoging als bedoeld in art. 7:625 BW in geval van niet-tijdige voldoening van loon dat op grond van art. 40 lid 2 Fw als boedelschuld moet worden aangemerkt.

Ook de wettelijke rente en de wettelijke verhoging over het hiervoor bedoelde loon zijn op hun beurt aan te merken als (concurrente respectievelijk preferente) boedelschuld. Niet van belang is of de werknemer ter zake van dat loon ook jegens het UWV recht heeft op een uitkering op grond van de loongarantieregeling. Een behoorlijke taakuitoefening door de curator kan meebrengen dat hij werknemers attendeert op deze aanspraken jegens de boedel. (meer…)

HR 3 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1226 (Eisers/Heerlen)

Als in onteigeningszaken de schadeloosstelling lager uitvalt dan het voorschot dat een partij heeft ontvangen, veroordeelt de onteigeningsrechter die partij ambtshalve tot terugbetaling van het te veel ontvangen bedrag. De onteigeningsrechter kan die veroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaren en een terugbetalingstermijn bepalen waarna de wettelijke rente is verschuldigd. Ook daarvoor is geen vordering van de onteigenende partij nodig. Voldoende is dat de onteigenende partij kenbaar heeft gemaakt dit te wensen, en dat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad zich daarover uit te laten. (meer…)

HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2301

Indien een schuldenaar tijdelijk niet kan nakomen of uit zijn houding blijkt dat een aanmaning nutteloos zou zijn, kan op grond van art. 6:82 lid 2 BW (Sint Maarten) (gelijkluidend aan het Nederlandse art. 6:82 lid 2 BW) een ingebrekestelling plaatsvinden door een schriftelijke mededeling dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk wordt gesteld. Het oordeel van het hof dat het inleidende verzoekschrift in deze zaak voldoet aan de voorwaarden van een ingebrekestelling getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. (meer…)

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3232

De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke rente over de schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst uit art. 7:681 (oud) BW, wordt verschuldigd met ingang van het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst als gevolg van deze opzegging eindigt. (meer…)

HR (Belastingkamer) 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:442

(Staatssecretaris van Financiën/belanghebbende)

De keuze van de wetgever om kansspelautomaten met ingang van 1 juli 2008 naar dezelfde grondslag in de heffing van kansspelbelasting te betrekken als tafelspelen in een casino, kan voor een belastingplichtige alleen dan leiden tot een individuele en buitensporige last indien en voor zover deze last zich in diens geval sterker laat voelen dan in het algemeen. Dat kan zich bij belanghebbende alleen voordoen als bijzondere, niet voor alle exploitanten van kansspelautomaten geldende, feiten en omstandigheden een buitensporige last voor haar teweegbrengen. (meer…)

Cassatieblog.nl