HR 13 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:239
De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over de wettelijke rente en de wettelijke verhoging als bedoeld in art. 7:625 BW in geval van niet-tijdige voldoening van loon dat op grond van art. 40 lid 2 Fw als boedelschuld moet worden aangemerkt.
Ook de wettelijke rente en de wettelijke verhoging over het hiervoor bedoelde loon zijn op hun beurt aan te merken als (concurrente respectievelijk preferente) boedelschuld. Niet van belang is of de werknemer ter zake van dat loon ook jegens het UWV recht heeft op een uitkering op grond van de loongarantieregeling. Een behoorlijke taakuitoefening door de curator kan meebrengen dat hij werknemers attendeert op deze aanspraken jegens de boedel. (meer…)
HR 13 februari 2015,