Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: wettelijke rente


HR 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1198 (Dexia / verweerder)

Prejudiciële beslissing in effectenleasezaak: wettelijke rente over de door de aanbieder van effectenleaseovereenkomsten aan de afnemer te vergoeden inleg, bestaande uit termijnbetalingen en eventuele aflossingen (minus dividenduitkeringen), is verschuldigd telkens vanaf het moment waarop een desbetreffend gedeelte van de inleg daadwerkelijk is voldaan.  (meer…)

HR 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:304 (Eiser/Datawell B.V.)

De matigingsbevoegdheid van art. 7:625 BW staat niet eraan in de weg dat een werknemer in een afzonderlijke procedure wettelijke rente vordert over de in een eerdere procedure toegewezen wettelijke verhoging van het (achterstallige) loon. Deze afzonderlijke vordering kan, afhankelijk van de omstandigheden, stranden op misbruik van procesrecht, afstand van recht of rechtsverwerking. (meer…)

HR 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:181

Huwelijksvermogensrecht. Zolang de verdeling en verrekening van het saldo van gezamenlijke bankrekeningen van de echtgenoten niet definitief is vastgesteld, kan de echtgenoot die uit hoofde van die verdeling en verrekening gehouden is de andere echtgenoot een geldsom te betalen, niet in verzuim zijn met de betaling van het toegewezen bedrag. Vgl. HR 15 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC0387, NJ 2008/108. (meer…)

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2014:3569 (X/Dexia)

Prejudiciële vraag in effectenleasezaak: wat is de ingangsdatum van de wettelijke rente over de door de aanbieder van effectenlease-overeenkomsten aan de afnemer te vergoeden inleg? Het gaat hierbij om termijnbetalingen en eventuele aflossingen (minus dividenduitkeringen) die de afnemer voorafgaande aan de beëindiging van de effectenlease-overeenkomst(en) uit hoofde van die effectenlease-overeenkomst(en) heeft betaald. (meer…)

HR 8 februari 2013, LJN BY4279

(1) Als peildatum voor de waardering van de tot de huwelijksgoederengemeenschap behorende goederen geldt in de regel de datum van de verdeling. In de enkele omstandigheid dat partijen de tot de huwelijksgoederengemeenschap behorende goederen met wederzijdse instemming feitelijk hebben verdeeld, ligt echter nog niet besloten dat zij een verdeling als bedoeld in artikel 3:182 BW zijn overeengekomen.
(2) Met het wettelijk stelsel van art. 6:119 BW is onverenigbaar dat een gewezen echtgenoot, zonder in verzuim te zijn geraakt, zonder meer op aan de maatstaven van redelijkheid en billijkheid ontleende gronden zou zijn gehouden om aan de andere gewezen echtgenoot een rentevergoeding te betalen over een wegens overbedeling verschuldigde geldsom. (meer…)

Cassatieblog.nl