Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2014:3569 (X/Dexia)

Prejudiciële vraag in effectenleasezaak: wat is de ingangsdatum van de wettelijke rente over de door de aanbieder van effectenlease-overeenkomsten aan de afnemer te vergoeden inleg? Het gaat hierbij om termijnbetalingen en eventuele aflossingen (minus dividenduitkeringen) die de afnemer voorafgaande aan de beëindiging van de effectenlease-overeenkomst(en) uit hoofde van die effectenlease-overeenkomst(en) heeft betaald.

De aandelenlease-affaire heeft reeds geleid tot een behoorlijk aantal uitspraken van de Hoge Raad. Voordien hadden rechtbanken en gerechtshoven zich al in talloze aandelenleasezaken (soms op uiteenlopende wijze) uitgelaten over diverse juridische geschilpunten. In de wetsgeschiedenis van de regeling inzake Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad (art. 392394 Rv) zijn deze zaken dan ook als voorbeeld genoemd van zaken die zich lenen voor prejudiciële beslissingen van de Hoge Raad. Hoewel de nodige aandelenleasevragen inmiddels dus al in reguliere uitspraken zijn beslecht, heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch in de hier besproken zaak toch nog een prejudiciële vraag weten te formuleren.

In eerdere rechtspraak is aangenomen dat op aanbieders van aandelenleaseproducten, zoals Dexia, een bijzondere zorgplicht jegens hun afnemers rust en dat schending van die zorgplicht, mede gelet op art. 6:101 BW, in beginsel leidt tot aansprakelijkheid voor een gedeelte van de geleden schade. Die schade kan bestaan uit (i) de bij het einde van de effectenlease-overeenkomst resterende schuld (restschuld) en (ii) betaalde rente en aflossingen (inleg).

In deze zaak is de vraag gerezen wat de ingangsdatum is van de wettelijke rente over de achter (ii) bedoelde schade, waarvoor Dexia in casu (gedeeltelijk) aansprakelijk is. Volgens de afnemer is zijn vordering tot schadevergoeding (uit onrechtmatige daad) opeisbaar vanaf het moment van het betalen van de rentetermijnen en aflossingen (de inleg), zodat Dexia vanaf dat moment wettelijke rente verschuldigd is. Dexia stelt daarentegen dat pas een opeisbare verbintenis tot schadevergoeding is ontstaan op de dag waarop de effectenlease-overeenkomsten zijn geëindigd, aangezien pas dan blijkt dat de afnemer schade heeft geleden. Het hof legt deze kwestie nu dus voor aan de Hoge Raad.

Share This