Selecteer een pagina

Dossier: Verbintenissenrecht


HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1272

Erfgename vernietigt schenkingen die erflaatster bij leven had gedaan wegens misbruik van omstandigheden. Het hof had toepassing moeten geven aan de bewijsregel van art. 7:176 BW, door in beginsel op de begiftigde de bewijslast te leggen dat de schenkingen niet door misbruik van omstandigheden zijn tot stand gekomen. Van een uitzondering op deze regel had het hof uitdrukkelijk verantwoording moeten afleggen. (meer…)

HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1134 (Pensioenfonds Alcatel-Lucent/Alcatel-Lucent)

Ook als een overeenkomst voorziet in een opzeggingsregeling, kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst onder omstandigheden in de weg staan aan opzegging, opzegging zonder zwaarwegende grond, opzegging op een bepaald moment of opzegging zonder aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. ‘s Hofs oordeel dat Alcatel-Lucent na het einde van de door haar opgezegde uitvoeringsovereenkomst geen betalingsverplichtingen meer heeft jegens het Pensioenfonds, is onbegrijpelijk. (meer…)

HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1136

De partij die zich ter vernietiging van een overeenkomst op wederzijdse dwaling (art. 6:228 lid 1 sub c BW) beroept, dient te stellen en eventueel bewijzen dat is voldaan aan de vereisten dat de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling, dat deze bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, en dat de wederpartij van dezelfde onjuiste veronderstelling is uitgegaan als de dwalende. Het is aan diens wederpartij om te stellen en eventueel bewijzen dat zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor de overeenkomst niet zou sluiten. (meer…)

HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1052 (De Leeuw c.s. / Pinoccio)

De korte verjaringstermijn van art. 3:309 BW staat niet alleen in het teken van de rechtszekerheid, maar ook van de billijkheid; ook voor deze termijn geldt de eis dat deze pas begint te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot terugbetaling in te stellen. (meer…)

HR 13 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:852

De oorspronkelijke koper diende rekening te houden met de na ontbinding van de koopovereenkomst ontstane verbintenis tot teruggave van de prestatie, ook al had het hof verzuimd te beslissen op een vordering met diezelfde strekking van de verkoper.

(meer…)

Cassatieblog.nl