Selecteer een pagina

Dossier: Verbintenissenrecht


HR 23 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8449 (X/Spektrum Financieringen)

De materiële rechtsverhouding die tussen partijen bestaat, verandert niet door een veroordelend vonnis met betrekking tot een deel van de vordering. (meer…)

HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8098 (Subat/X)

De rechter kan onder omstandigheden de matigingsbevoegdheid van art. 6:94 BW ook – analoog – toepassen op een zogenaamd oneigenlijk boetebeding. Voor matiging is, net als bij een zuiver boetebeding, pas aanleiding bij bijzondere omstandigheden. (meer…)

HR 8 juli 2011, LJN ECLI:NLHR:2011:BQ1684 (G4 Beheer / Hanzevast)

Een niet-gerechtvaardigde ontbindingsverklaring in de zin van artikel 6:267 BW is nietig, maar daarmee is geen nietigheid in de zin van artikel 3:40 BW bedoeld. Schadevergoeding wegens een tekortkoming in de nakoming op de voet van artikel 6:74 BW kan ook het positief contractsbelang omvatten. (meer…)

HR 8 juli 2011, LJN ECLI:NL:HR:2011:BQ5068

Kan het leerstuk van non-conformiteit bij koop betrekking hebben op de bij een overname-overeenkomst bedongen goodwill? En: in welke mate wordt de mogelijkheid om wijziging van een overeenkomst te verlangen wegens dwaling beïnvloed door de verjaringsregel terzake van de rechtsvordering tot vernietiging op die grond? (meer…)

HR 8 juli 2011, LJN ECLI:NL:HR:2011:BQ0593

Als twee schuldenaren zich beide hebben verbonden tot een niet-doen, dan is geen sprake van hoofdelijke verbondenheid in de zin van art. 6:6 BW. De nakoming door één schuldenaar bevrijdt immers de andere schuldenaar niet; deze blijft gehouden tot een niet-doen. (meer…)

HR 17 juni 2011, LJN ECLI:NL:HR:2011:BQ1677

Een beding dat verplicht tot het gebruik van een modelovereenkomst die gedeeltelijk in strijd is met een dwingende wetsbepaling, is niet ook slechts gedeeltelijk nietig (art. 3:40 lid 2 BW). (meer…)