Dossier: Verbintenissenrecht


HR 17 november 2017 ECLI:NL:HR:2017:2902, (MBS / verweerders)

De verjaringstermijn van art. 7:23 lid 2 BW is ook van toepassing op een vordering gebaseerd op bedrog waaraan feiten ten grondslag liggen die ook een vordering uit non-conformiteit zouden kunnen dragen. De verjaringstermijn is slechts dan niet van toepassing indien de vordering wegens bedrog is onderbouwd met feiten die zelfstandig, dus los van de feiten die de non-conformiteitsvordering kunnen dragen, bedrog opleveren. (meer…)

HR 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2901 (Famed/Kreikamp q.q.)

Een redelijke toepassing van art. 7:461 BW brengt mee dat ingeval in het kader van een geneeskundige behandelingsovereenkomst meerdere, als zodanig identificeerbare en op geld waardeerbare deelprestaties kunnen worden aangewezen, na verrichting van elk van die deelprestaties een daarmee corresponderende vordering tot betaling van loon ontstaat. (meer…)

HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3144

Caribische zaak. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting omtrent art. 6:83 aanhef en onder c van het Curaçaose BW door te onderzoeken of verzoeker uit een mededeling van verweerder had moeten afleiden dat verweerder in de nakoming van de op hem rustende verbintenissen uit de aannemingsovereenkomst zou tekortschieten, in welk geval een ingebrekestelling achterwege kon blijven. (meer…)

HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2775

Bij de beoordeling van de vraag of een annuleringsbeding in een overeenkomst van opdracht onredelijk bezwarend is, kan – ook wanneer dit artikel niet rechtstreeks van toepassing is – aansluiting worden gezocht bij art. 7:411 BW. (meer…)

HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2564

(i) Het is geen beginsel van Nederlands faillissementsrecht dat aanspraken op een pensioenvoorziening steeds buiten het tot het faillissement behorende vermogen vallen (HR 5 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3423, NJ 2008/478). Mede in het licht van de mogelijkheid de afkoop door de curator van een levensverzekering geheel of gedeeltelijk te verhinderen (art. art. 22a lid 1 sub a Fw), is er geen aanleiding om aan een verzekering als de onderhavige een ‘hoogstpersoonlijk’ karakter toe te kennen. (meer…)

Hoge Raad 13 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2615

Het oordeel van het hof dat de Gemeente Bronckhorst zich, in verband met de bevolkingskrimp in de regio Achterhoek, niet op de onvoorziene omstandighedenregeling uit de samenwerkingsovereenkomst met twee projectontwikkelaars en art. 6:258 BW kon beroepen, is – mede gelet op de terughoudendheid die geboden is bij toepassing van art. 6:258 BW– niet onjuist of onvoldoende gemotiveerd. (meer…)