Dossier: Verbintenissenrecht


HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2564

(i) Het is geen beginsel van Nederlands faillissementsrecht dat aanspraken op een pensioenvoorziening steeds buiten het tot het faillissement behorende vermogen vallen (HR 5 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3423, NJ 2008/478). Mede in het licht van de mogelijkheid de afkoop door de curator van een levensverzekering geheel of gedeeltelijk te verhinderen (art. art. 22a lid 1 sub a Fw), is er geen aanleiding om aan een verzekering als de onderhavige een ‘hoogstpersoonlijk’ karakter toe te kennen. (meer…)

Hoge Raad 13 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2615

Het oordeel van het hof dat de Gemeente Bronckhorst zich, in verband met de bevolkingskrimp in de regio Achterhoek, niet op de onvoorziene omstandighedenregeling uit de samenwerkingsovereenkomst met twee projectontwikkelaars en art. 6:258 BW kon beroepen, is – mede gelet op de terughoudendheid die geboden is bij toepassing van art. 6:258 BW– niet onjuist of onvoldoende gemotiveerd. (meer…)

HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2569 (Imation / Stichting de Thuiskopie en de Staat der Nederlanden)

In het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding komt (ook) de betalingsplichtige het recht toe om een vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopieheffing in te stellen, ongeacht op welke grondslag die vordering berust.

(meer…)

HR 8 september 2017 ECLI:NL:HR:2017:2275

Indien een beding van een huurovereenkomst aan schending van een contractueel verbod op onderverhuur twee rechtsgevolgen verbindt, te weten de verbeurte van een forfaitaire boete en de verplichting tot afdracht van onderhuurpenningen, dient de rechter te onderzoeken of het cumulatieve effect van deze rechtsgevolgen ertoe leidt dat sprake is van een oneerlijk beding als bedoeld in Richtlijn 93/13/EEG. (meer…)

HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1356

Het risicobeginsel bij onbevoegde vertegenwoordiging gaat niet zo ver dat het vertrouwen op de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid uitsluitend op verklaringen of gedragingen van een onbevoegde vertegenwoordiger kan worden gebaseerd. Hetzelfde geldt ten aanzien van verklaringen en gedragingen die slechts kunnen worden toegerekend aan een bij het opstellen van een akte betrokken notaris. (meer…)

HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1270 (Nanada/Golden Earring)

Hoewel art. 25e Auteurswet in de onderhavige zaak niet van toepassing is, moet in het licht van de uit de totstandkomingsgeschiedenis van dit artikel blijkende maatschappelijke opvattingen worden aanvaard dat, gelet op de aard en strekking van een exploitatieovereenkomst als de onderhavige, voor opzegging in beginsel een voldoende zwaarwegende grond nodig is. Dit vereiste verliest echter aan gewicht naarmate een exploitatieovereenkomst langere tijd heeft geduurd en investeringen kunnen zijn terugverdiend. (meer…)