Dossier: Verbintenissenrecht


HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1355

Nadat een overeenkomst is aangegaan staat het een contractspartij niet onder alle omstandigheden vrij belangen van derden bij een behoorlijke nakoming van de overeenkomst te verwaarlozen. Bepalend is of de aangesproken partij haar verklaringen en gedragingen ter zake van de overeenkomst waarbij zij partij is mede diende te laten bepalen door de belangen van de betrokken derde. Niet is dus mede vereist dat de aangesproken partij is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst waarbij zij partij is en waarmee de belangen van die derde verbonden zijn. (meer…)

HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1186

De bruiklener dient de geleende zaak bij het einde van de bruikleen in beginsel terug te geven in de staat waarin hij deze zaak ontvangen heeft. Is hij daartoe niet in staat, maar heeft hij wel de zorg van een ‘goed huisvader’ in acht genomen, dan is sprake van een niet-toerekenbare tekortkoming. De bruiklener is dan niet aansprakelijk voor slijtage, beschadiging of verlies van de zaak. (meer…)

HR 23 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1142

De Hoge Raad laat het oordeel van het hof waarin een redelijke prijs is bepaald voor verrichte werkzaamheden in stand. De Hoge Raad laat zich daarbij uit over de eisen die in dit geval aan de inzichtelijkheid van het deskundigenbericht konden worden gesteld en over strijdigheid met een goede procesorde doordat eiser in zekere zin terugkwam op zijn instemming met de vraagstelling van het deskundigenbericht. (meer…)

HR 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1108

(i) het verweer van de door de schuldeiser aangesproken borg dat de verbintenis van de hoofdschuldenaar niet meer bestaat doordat deze reeds heeft betaald en de schuld is tenietgegaan, is een bevrijdend verweer. De bewijslast van het tenietgaan van de hoofdschuld rust daarmee op de borg (150 Rv);  (ii) het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden, nu de bank – vanwege het in omloop zijn van twee verschillende versies van de memorie van grieven – niet op een stelling die uitsluitend in de aan het hof overgelegde versie was opgenomen en waarop het hof zijn oordeel heeft gebaseerd, heeft kunnen reageren. (meer…)

HR 9 juni 2017 ECLI:NL:HR:2017:1053

Het bestaan en de omvang van de schade dient in dit geval te worden vastgesteld door een vergelijking te maken tussen de werkelijke situatie na de overdracht van de assurantieportefeuille onder het schuldig blijven van de koopprijs daarvan enerzijds en de hypothetische situatie waarin deze onrechtmatige gedraging achterwege zou zijn gebleven anderzijds.

(meer…)

HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:494

Toepassing van de dertigjarige verjaringstermijn van art. 3:310 lid 2 BW ten aanzien van mesothelioomslachtoffers bij wie de ziekte zich pas na meer dan dertig jaar openbaart, levert in combinatie met de in het Van Hese/De Schelde-arrest (HR 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635, NJ 2000/430) aanvaarde mogelijkheid om deze verjaringstermijn op grond van de beperkende werking van de redelijkheid buiten toepassing te laten, geen ontoelaatbare beperking van het recht op toegang tot de rechter uit art. 6 EVRM op. (meer…)