Selecteer een pagina

Dossier: Verbintenissenrecht


HR 24 mei 2024  ECLI:NL:HR:2024:742

Dit arrest gaat over de vraag of een gemeente in het kader van de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 langs privaatrechtelijke weg nakoming mag vorderen van de contractuele verplichting van een zorgaanbieder om mee te werken aan administratieve controle door de gemeente. De Hoge Raad beantwoordt die vraag bevestigend. Hidde Volberda bespreekt het arrest.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #099 is ook als podcast beschikbaar.

HR 26 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:681

Aan een bestuurder komt ter afwering van zijn aansprakelijkheid op de voet van art. 2:9 BW jegens de rechtspersoon geen beroep toe op de klachtplicht van art. 6:89 BW. (meer…)

HR 5 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:521

Een verkoper moet de zaak vrij van bijzondere lasten en beperkingen overdragen (uitdrukkelijke aanvaarding uitgezonderd) (art. 7:15 lid 1 BW). Deze regel is niet van toepassing als de lasten of beperkingen voortvloeien uit een zaaksspecifiek bestemmingsplan (‘postzegelbestemmingsplan’). De Hoge Raad ziet geen aanleiding af te wijken van het Portsight-arrest.  (meer…)

HR 5 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:521

In 2015 oordeelde de Hoge Raad dat publiekrechtelijke besluiten van algemene strekking, zoals beleidsregels, verordeningen of bestemmingsplannen, niet onder de werking van art. 7:15 lid 1 BW vallen. In dit recente arrest legt de Hoge Raad uit waarom dit niet anders is voor zaakspecifieke bestemmingsplannen, die speciaal voor één perceel zijn geschreven. Ruben de Graaff bespreekt dit arrest.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #094 is ook als podcast beschikbaar

HR 15 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:429

Voor de beoordeling of een verbintenis deelbaar of ondeelbaar is als bedoeld in art. 2:334t leden 2 en 3 BW is uitsluitend beslissend de aard van de prestatie waartoe partijen op grond van de verbintenis verplicht dan wel gerechtigd zijn. Een verbintenis kan niet contractueel ondeelbaar worden gemaakt voor de toepassing van art. 2:334t BW.
Of een beroep op een rentebeding in geldleningsovereenkomst ten opzichte van andere deelgenoten bij verdeling van notarieel executiedepot naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, moet worden beoordeeld op grond van de omstandigheden die betrekking hebben op de relatie tussen de entiteit die zich op het rentebeding beroept en de andere deelgenoten. Het gaat daarbij niet om de omstandigheden die zich hebben voorgedaan ten tijde van het sluiten van de geldleningsovereenkomst. (meer…)

Cassatieblog.nl