Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Verbintenissenrecht

Bewijslast tenietgaan hoofdschuld bij borgtocht en hoor en wederhoor

CB 2017-120 Geplaatst op 20 jun 2017 door

HR 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1108

(i) het verweer van de door de schuldeiser aangesproken borg dat de verbintenis van de hoofdschuldenaar niet meer bestaat doordat deze reeds heeft betaald en de schuld is tenietgegaan, is een bevrijdend verweer. De bewijslast van het tenietgaan van de hoofdschuld rust daarmee op de borg (150 Rv);  (ii) het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden, nu de bank – vanwege het in omloop zijn van twee verschillende versies van de memorie van grieven – niet op een stelling die uitsluitend in de aan het hof overgelegde versie was opgenomen en waarop het hof zijn oordeel heeft gebaseerd, heeft kunnen reageren. Lees verder >

Vaststelling (omvang) schade, wat moet de rechter vergelijken?

CB 2017-114 Geplaatst op 15 jun 2017 door

HR 9 juni 2017 ECLI:NL:HR:2017:1053

Het bestaan en de omvang van de schade dient in dit geval te worden vastgesteld door een vergelijking te maken tussen de werkelijke situatie na de overdracht van de assurantieportefeuille onder het schuldig blijven van de koopprijs daarvan enerzijds en de hypothetische situatie waarin deze onrechtmatige gedraging achterwege zou zijn gebleven anderzijds.

Lees verder >

Stelsel absolute verjaringstermijn met doorbrekingsmogelijkheid niet in strijd met art. 6 EVRM

CB 2017-102 Geplaatst op 23 mei 2017 door

HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:494

Toepassing van de dertigjarige verjaringstermijn van art. 3:310 lid 2 BW ten aanzien van mesothelioomslachtoffers bij wie de ziekte zich pas na meer dan dertig jaar openbaart, levert in combinatie met de in het Van Hese/De Schelde-arrest (HR 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635, NJ 2000/430) aanvaarde mogelijkheid om deze verjaringstermijn op grond van de beperkende werking van de redelijkheid buiten toepassing te laten, geen ontoelaatbare beperking van het recht op toegang tot de rechter uit art. 6 EVRM op. Lees verder >

Belang van het kenbaarheidsvereiste bij vernietiging van overeenkomsten o.g.v. misbruik van omstandigheden

CB 2017-98 Geplaatst op 18 mei 2017 door

HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:867

Een vordering tot vernietiging van een aantal overeenkomsten op grond van misbruik van omstandigheden (art. 3:44 lid 4 BW) kan niet zonder meer worden toegewezen ten aanzien van alle door een onder bewind gestelde persoon gesloten koopovereenkomsten. Vereist is dat de wederpartij weet of moet begrijpen dat de persoon door de bijzondere omstandigheden tot het verrichten van de rechtshandeling wordt bewogen. Lees verder >

Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over schadevergoeding bij beëindiging leaseovereenkomst wegens wanbetaling

CB 2017-133 Geplaatst op 21 apr 2017 door

HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:773

De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over schadevergoeding bij beëindiging dan wel ontbinding van een effectenleaseovereenkomst wegens wanbetaling van een lessee en concludeert dat art. 6 van de door Dexia gehanteerde Bijzondere voorwaarden een oneerlijk beding is in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG voor zover het betrekking heeft op de rentetermijnen die ten tijde van de beëindiging nog toekomstig waren.

Lees verder >

Verklaringen ter comparitie en schriftelijke stukkenwisseling

CB 2017-79 Geplaatst op 12 apr 2017 door

HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:305

Het hof heeft ten onrechte zijn oordeel enkel gegrond op de wederzijdse verklaringen ter comparitie zonder daarbij rekening te houden met het reeds in de schriftelijke stukkenwisseling ingenomen standpunt van eiser, dan wel ten onrechte nagelaten te motiveren waarom de gang van zaken ter comparitie de doorslag heeft gegeven ten gunste van het standpunt van verweerder. Lees verder >

Aanspraak verkoopmakelaar op courtage na ontbinding koopovereenkomst

CB 2017-66 Geplaatst op 05 apr 2017 door

HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:567

Het recht van een verkoopmakelaar op courtage komt niet te vervallen op de enkele grond dat zijn cliënt het beroep van de koper op de ontbindende voorwaarde heeft aanvaard. Een verkoopmakelaar dient bij het uitvoeren van zijn opdracht echter wel het belang van zijn opdrachtgever centraal te stellen. Lees verder >

Uitleg pensioentoezegging

CB 2017-46 Geplaatst op 03 mrt 2017 door

HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:139

De door het hof aan de pensioentoezegging gegeven uitleg, die uitgaat van “fiscaal rationeel handelen” van partijen, is hetzij in strijd met de CAO-norm, hetzij onbegrijpelijk in het licht van de tekst van de toezegging. Daaruit blijkt namelijk niet dat de pensioenaanspraak is beperkt tot de situatie dat de ondernemer zou overlijden na zijn pensioendatum en evenmin dat fiscale overwegingen een rol hebben gespeeld bij de toezegging. Lees verder >

Verjaring vernietiging ex artikel 3:34 lid 2 BW en bekrachtiging bij Selbsteintritt

CB 2017-42 Geplaatst op 02 mrt 2017 door

zandloper3 HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:150

Op de verjaring van een rechtsvordering tot vernietiging ex art. 3:34 lid 2 BW is art. 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW van toepassing. De term ‘onbekwaamheid’ in art. 3:52 lid 1, aanhef en onder a, BW ziet uitsluitend op de gevallen van art 1:234 lid 1 BW en art. 1:382 lid 2 BW, waar de wet bepaalt dat een persoon niet bekwaam is tot het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in art. 3:32 BW. Lees verder >

Wilsvertrouwensleer bepalend voor uitleg brief tussen zakelijke partijen

CB 2017-38 Geplaatst op 01 mrt 2017 door

LJN-BR3086-BriefHR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:315

De vraag hoe een brief moet worden uitgelegd, dient te worden beantwoord aan de hand van de wilsvertrouwensleer, zoals neergelegd in art. 3:33 en 3:35 BW. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang en komt geen beslissend gewicht toe aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de in de brief gebruikte bewoordingen, ook niet als uitgangspunt. Lees verder >