Dossier: Verbintenissenrecht


HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1776

Als een opdrachtnemer de van de opdrachtgever ter doorbetaling aan een derde ontvangen geldbedragen voor zichzelf behoudt, schiet de opdrachtnemer tekort in de uitvoering van de opdracht. De opdrachtgever lijdt dan schade ten belope van die geldbedragen. Op grond van art. 7:403 lid 2 BW is het aan de opdrachtnemer om te bewijzen dat hij over de geldbedragen heeft beschikt overeenkomstig het doel waarvoor ze aan hem zijn verschaft en er dus geen sprake is van een tekortkoming. (meer…)

HR 14 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1672 (en samenhang met HR 14 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1418)

In het scenario dat één van twee samenhangende overeenkomsten tot een einde is gekomen, kan niet met de enkele verwijzing naar de samenhang tussen de overeenkomsten worden geoordeeld dat de andere overeenkomst ook tot een einde is gekomen.   (meer…)

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1220

Bij een borgstelling voor bankkredieten is niet zonder meer de uitzondering op het toestemmingsvereiste van art. 1:88 lid 5 BW van toepassing. De maatstaf voor de toepasselijkheid van die uitzondering is of de rechtshandeling waarvoor de zekerheid wordt verstrekt, zelf behoort tot de rechtshandelingen die ten behoeve van de normale uitoefening van een bedrijf plegen te worden verricht. (meer…)

HR 15 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:915 (Wave/ABN AMRO)

Een borgtochtovereenkomst is geen wederkerige overeenkomst, maar een eenzijdige overeenkomst. Alleen de borg neemt een verbintenis op zich: daar staat niet een tegenprestatie van de schuldeiser tegenover. Daar doet niet aan af dat er uit de borgtochtovereenkomst ook verplichtingen voor de schuldeiser kunnen voortvloeien, zoals een jegens de borg in acht te nemen zorgvuldigheidsverplichting. Als de schuldeiser tekortschiet in een dergelijke verplichting, kan de borg recht op schadevergoeding hebben. Ontbinding is echter niet mogelijk, omdat de borgtochtovereenkomst geen wederkerige overeenkomst is. Dat kan anders zijn wanneer in verband met de borgtocht ook door de schuldeiser verplichtingen zijn aangegaan die in zodanig nauwe samenhang staan tot de verbintenis van de borg, dat sprake is van een rechtsbetrekking die strekt tot het wederzijds verrichten van prestaties. In dat geval zijn de bepalingen omtrent wederkerige overeenkomsten, waaronder art. 6:265 BW, van overeenkomstige toepassing. (meer…)

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1176

Kopers mogen er in beginsel van uitgaan dat de meetinstructie is gehanteerd en dat de in de verkoopinformatie genoemde woon- of gebruiksoppervlakte dus overeenkomt met de netto woonoppervlakte van de woning. (meer…)