Selecteer een pagina

Dossier: Verbintenissenrecht


HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1856

Een kostenbeding in een overeenkomst tussen een juridische dienstverlener en haar cliënt hoeft niet te worden getoetst aan de Richtlijn oneerlijke bedingen, omdat daarover afzonderlijk is onderhandeld. (meer…)

HR 14 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1685

De Hoge Raad verduidelijkt dat voor stuiting van de verjaring ten aanzien van een ontbindingsvordering art. 3:317 lid 2 BW geldt, ook als die vordering wordt gecombineerd met een schadevergoedingsvordering. Dit betekent dat de schriftelijke aanmaning van art. 3:317 BW binnen zes maanden moet worden gevolgd door een stuitingshandeling als bedoeld in art. 3:316 BW (zoals een dagvaarding). Nu geen stuitingshandeling als bedoeld in art. 3:316 BW had plaatsgevonden, was de ontbindingsvordering in dit geval dus verjaard. (meer…)

HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1864

Ambtshalve toetsing overeenkomstig de Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EEG) betekent dat de rechter zelfstandig dient te beoordelen of een beding oneerlijk is en de instructiemaatregelen moet nemen die nodig zijn om de volle werking van de richtlijn te verzekeren. Dit laat onverlet dat feiten en omstandigheden die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende zijn betwist, door de rechter als vaststaand moeten worden beschouwd (art. 149 lid 1 Rv). (meer…)

HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1540

Het antwoord op de vraag of en in welke mate een advocaat de cliënt behoort te informeren over de mogelijkheid een bepaald verweer te voeren, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In dat kader kan onder meer betekenis toekomen aan de aard en rechtsgevolgen van het verweer, de kans van slagen daarvan en de mate waarin de cliënt ervan heeft blijk gegeven zich reeds bewust te zijn van de mogelijkheid dat verweer te voeren. Gelet hierop is onvoldoende gemotiveerd het oordeel dat verweerder (advocaat) geen beroepsfout heeft gemaakt door zijn client niet te wijzen op de mogelijkheid van vernietiging, door diens echtgenote, van een overeenkomst waarin de client zich had verbonden voor een schuld van zijn vennootschap. (meer…)

Hoge Raad 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1799

Ruben de Graaff bespreekt de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 28 november 2025 over de betekenis van het Kinderrechtenverdrag bij de beoordeling van een vordering tot ontruiming van een woning waarin ook minderjarige kinderen wonen.

 

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #149 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Hoge Raad 14 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1685

Stuiting van een ontbindingsvordering kan alleen plaatsvinden door middel van een schriftelijke mededeling als die binnen zes maanden wordt gevolgd door het instellen van een eis of een andere daad van rechtsvervolging. Dat geldt ook als de ontbindingsvordering wordt gecombineerd met een vordering tot schadevergoeding. Martijn Scheltema bespreekt de uitspraak in 3 minuten.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #147 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

 

Cassatieblog.nl