Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Geen verdeling van (brand)verzekeringspenningen die zijn gestort op de bankrekening van de VvE

CB 2016-79 Geplaatst op 26 april 2016 door

HR 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:719

Het is aan de Vereniging van Eigenaren (VvE) te beslissen – met inachtneming van art. 5:136 lid 2 BW – op welke wijze het herstel zal plaatsvinden en wanneer en aan wie de verzekeringspenningen daartoe worden (door)betaald. Geschillen daarover kunnen op de voet van art. 5:138 BW op verzoek van de meest gerede partij aan de kantonrechter voorgelegd worden. Het verzoek moet alsdan worden gericht tegen de VvE.

In deze zaak is een geschil ontstaan tussen de beide eigenaren van appartementsrechten. Verweerder in cassatie is van de VvE de enig bestuurder. De VvE had met Centraal Beheer Achmea (CBA) een verzekeringsovereenkomst gesloten ter dekking van onder meer het risico van brand. Op enig moment had in het (in twee appartementsrechten gesplitste) gebouw op de benedenverdieping brand gewoed.  Eisers tot cassatie meenden dat de gelden die CBA in verband hiermee had uitgekeerd, deels onrechtmatig waren besteed en deels nog niet waren uitgegeven. In cassatie was nog slechts in geschil hun  (reconventionele) vordering tot verdeling van de door CBA uitgekeerde verzekeringsgelden. Bij kantonrechter en hof waren zij in het ongelijk gesteld.

In cassatie voerden eisers aan dat het hof had miskend dat het verzekeringsgeld geen deel is gaan uitmaken van het vermogen van de VvE maar uit hoofde van zaaksverv anging (art. 3:167 BW) in de plaats is getreden van de (deels) verloren gegane appartementsrechten. Verder betoogden eisers in cassatie dat het onverdeelde verzekeringsgeld een goederenrechtelijke gemeenschap vormt (art. 3:166 BW) tussen (in dit geval) twee deelgenoten, wat met zich brengt dat uitsluitende deze deelgenoten bevoegd zijn te beschikken over de wijze van besteding van het verzekeringsgeld, de VvE zou dit geld slechts mogen beheren.

Deze klachten leiden niet tot cassatie.

De Hoge Raad stelt vast dat de verzekeringsuitkering door CBA is gestort op de bankrekening van de VvE; daarmee zijn de verzekeringspenningen deel gaan uitmaken van het vermogen van de VvE. Een gemeenschap tussen de appartementseigenaren met betrekking tot die (tot het vermogen van de VvE behorende) verzekeringspenningen is daarom niet mogelijk.

Die situatie sluit op zichzelf volgens de Hoge Raad niet uit dat de appartementseigenaren tezamen jegens de VvE gerechtigd zijn tot de door de VvE beheerde verzekeringspenningen en dat op grond daarvan tussen hen een gemeenschap bestaat met betrekking tot hun desbetreffende vordering op de VvE. Maar ook als van een dergelijke gemeenschap wordt uitgegaan, kan daarop niet een vordering tot verdeling gebaseerd worden, zoals eisers in deze procedure hebben gedaan. De Hoge Raad overweegt:

“3.5 (..) Nu het splitsingsreglement bepaalt dat (het bestuur van) de VvE verplicht is het gebouw te doen verzekeren (..), en het hof niet heeft vastgesteld dat in dat reglement is afgeweken van hetgeen in art. 5:136 BW is bepaald, brengt art. 5:136 lid 1 BW mee dat de VvE ten behoeve van verweerder en eisers het beheer voert over de van CBA ontvangen verzekeringspenningen. Voorts bepaalt art. 5:136 lid 4 BW dat uitkering van het aan ieder der appartementseigenaren toekomende aandeel slechts geschiedt in de drie aldaar genoemde gevallen. Vast staat dat geen van die gevallen hier aan de orde is.

Het is in het onderhavige geval derhalve aan de VvE te beslissen – met inachtneming van art. 5:136 lid 2 BW – op welke wijze het herstel zal plaatsvinden en wanneer en aan wie de verzekeringspenningen daartoe worden (door)betaald. Geschillen daarover kunnen op de voet van art. 5:138 BW op verzoek van de meest gerede partij aan de kantonrechter voorgelegd worden. Een dergelijk verzoek moet niet tegen een andere appartementseigenaar (deelgenoot) gericht worden, maar tegen de VvE, die immers verantwoordelijk is voor het beheer van de verzekeringspenningen.

De Hoge Raad voegt hieraan toe dat, anders dan eisers hadden gesteld, het voorgaande ook opgaat als de VvE slechts twee appartementseigenaren als leden telt, omdat ook dan een appartementseigenaar niet veroordeeld kan worden tot iets waartoe niet hij maar de VvE gerechtigd is.

email print