HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:311 (Eiser/Street-One)

De franchisegever die een onjuiste omzetprognose aan zijn wederpartij verschaft, handelt onder omstandigheden onrechtmatig niet alleen indien hij weet dat dit rapport fouten bevat, maar ook indien onzorgvuldigheid van de franchisegever of van een persoon voor wie hij aansprakelijk is heeft geleid tot de fouten in het rapport.

Eiser tot cassatie heeft met Street-One POS-overeenkomsten gesloten, (een soort) franchiseovereenkomsten betreffende kledingwinkels in Wijchen en Barneveld. Het ging om winkels van het ‘store’ concept, een winkelconcept dat was ontwikkeld door het CBR-concern, waarvan Street-One deel uitmaakt. Voorafgaand aan het sluiten van de POS-overeenkomsten had Street-One prognoses voor de exploitatie van de winkels aan eiser verstrekt. Volgens eiser waren die prognoses onjuist. In dit geding stelt hij Street-One uit onrechtmatige daad aansprakelijk voor de dientengevolge geleden schade.

Het hof wees de vorderingen van eiser deels toe, namelijk voor zover het de prognose voor de winkel in Wijchen betrof. Volgens het hof was die prognose ondeugdelijk en had Street-One door het verstrekken daarvan onrechtmatig jegens eiser gehandeld. Meer concreet achtte het hof onrechtmatig dat Street-One de prognose niet naar beneden had bijgesteld toen haar bleek dat de winkel in Wijchen een vloeroppervlak had van 100 m2 in plaats van 130 m2.

Zowel eiser als Street-One stelden cassatieberoep in. In cassatie komt alleen het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van Street-One inhoudelijk aan de orde (ten overvloede, omdat het wegens het falen van het principale beroep niet meer behoefde te worden behandeld).

De klacht van het incidentele cassatiemiddel luidde dat voor aansprakelijkheid wegens verstrekking van een onjuiste omzetprognose vereist is dat Street-One wist van de onjuistheid. Het hof zou dit hebben miskend, door uit te gaan van hetgeen Street-One behoorde te weten. Street-One baseerde zich in dit verband op het arrest Paalman/Lampenier (HR 25 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7329, NJ 2003/31), waarin de Hoge Raad oordeelde dat de franchisegever die een onjuiste omzetprognose aan zijn wederpartij verschaft onder omstandigheden onrechtmatig handelt:

“3.4 (…) indien hij weet dat dit rapport ernstige fouten bevat en hij zijn wederpartij niet op deze fouten opmerkzaam maakt.”

A-G Valk wees in zijn conclusie op de bijzondere feitelijke context van dit oordeel. In Paalman/Lampenier ging het namelijk om een prognose die door een derde in opdracht van de franchisegever was opgesteld. Ten onrechte, aldus Valk, wordt deze regel in de rechtspraktijk ook toegepast op situaties waarin de franchisegever de onjuiste prognose zélf heeft opgesteld (conclusie, sub 2.4-2.5, waar wordt verwezen naar Rb. Noord-Holland 3 december 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:11564, als voorbeeld van deze onjuiste rechtsopvatting).

De Hoge Raad deelt de opvatting van Valk en verduidelijkt dat de regel uit Paalman/Lampenier slechts geldt voor gevallen waarin de franchisegever het opstellen van de prognose “aan een derde heeft uitbesteed”. In dát geval mag hij “in de regel op de juistheid daarvan vertrouwen”, zodat hij slechts onrechtmatig handelt indien hij wist van de onjuistheid. Heeft de franchisegever of iemand voor wie hij aansprakelijk is de prognose opgesteld, dan geldt een ruimere onrechtmatigheidstoets:

“5.3 (…) Dat laatste is anders als de franchisegever zelf, of een persoon waarvoor hij aansprakelijk is op de voet van een van de art. 6:170 – 6:172 BW, het onderzoek uitvoert en de resultaten daarvan aan zijn wederpartij verstrekt. In dat geval kan ook sprake zijn van onzorgvuldig handelen zonder dat de franchisegever (of de persoon voor wie hij aansprakelijk is) weet dat het rapport fouten bevat, en wel indien onzorgvuldigheid van de franchisegever (of van de persoon voor wie hij aansprakelijk is) heeft geleid tot de fouten in het rapport.”

Voor eigen (interne) omzetprognoses is de franchisegever dus eerder aansprakelijk dan voor omzetprognoses van een externe partij. In dit geval blijft de (gedeeltelijke) aansprakelijkheid van Street-One in stand. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.

Share This