HR 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:274

Als een curator op grond van art. 27 lid 3 Fw het geding overneemt van een gefailleerde, wordt de gefailleerde buiten het geding gesteld. Dit betekent dat de gefailleerde geen procespartij meer is en dus ook geen cassatieberoep tegen een uitspraak van het hof kan instellen. De curator die het geding heeft overgenomen kan dat wel.

Achtergrond

In deze faillissementszaak gaat het kort gezegd om het volgende. X heeft op grond van art. 10 Fw verzet aangetekend tegen de faillietverklaring van Y. De rechtbank heeft het verzet van X afgewezen. X is daartegen in hoger beroep gekomen. Tijdens de appelprocedure is X zelf failliet verklaard. De curatoren in het faillissement van X hebben vervolgens het geding op grond van art. 27 lid 3 Fw overgenomen en het hoger beroep ingetrokken. X was het daar weliswaar niet mee eens, maar het hof oordeelde bij tussenarrest dat de curatoren het geding konden overnemen en dat het verzet van X moest worden afgewezen. Tegen dat oordeel heeft het hof tussentijds cassatieberoep opengesteld. Van die mogelijkheid heeft X (tevergeefs) gebruikt gemaakt. De Hoge Raad verklaarde X niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep, omdat het cassatieberoep te laat was ingesteld. Vervolgens heeft het hof eindarrest gewezen. Het hof heeft het intrekkingsverzoek van de curatoren gehonoreerd en X niet-ontvankelijk verklaard.

Cassatie

X is tegen dat oordeel in cassatie opgekomen, maar zonder succes. De Hoge Raad heeft hem (opnieuw) niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe overweegt de Hoge Raad dat indien de curator gebruik maakt van zijn in art. 27 lid 3 Fw neergelegde bevoegdheid tot overneming van het geding, hij van rechtswege partij wordt in plaats van de gefailleerde. Dit houdt in dat de gefailleerde buiten het geding is gesteld. In deze zaak stond vast dat X – als gevolg van de overneming door de curatoren – buiten het geding was gesteld en dus ook geen procespartij meer was. De omstandigheid dat het hof X in het arrest had aangeduid als ‘belanghebbende’ kan daar volgens de Hoge Raad niet aan afdoen. Nu X geen procespartij meer was, konden alleen de curatoren cassatieberoep instellen tegen de uitspraak van het hof. Tegen die achtergrond komt de Hoge Raad dan ook tot de slotsom dat X niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep.

Share This