HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:88 (Ryanair/PR Aviation)

Databanken die niet aan het oorspronkelijkheidscriterium voldoen en daardoor niet auteursrechtelijk beschermd zijn, zijn evenmin vatbaar voor bescherming onder het regime van de geschriftenbescherming. De Hoge Raad stelt verder prejudiciële vragen aan het HvJEU over de toelaatbaarheid van een contractuele beperking van het gebruik van een databank die niet door het auteursrecht of het databankenrecht wordt beschermd.

PR Aviation exploiteert een website waarmee consumenten vliegtickets van lowcostmaatschappijen kunnen zoeken en boeken. Een deel van die vluchtgegevens wordt gehaald uit een databank van Ryanair. PR Aviation is akkoord gegaan met de algemene voorwaarden, die commercieel gebruik van de gegevens verbieden.

Ryanair begint een procedure tegen PR Aviation op grond van (1) schending van haar databankenrecht en (2) wanprestatie door handelen in strijd met de algemene voorwaarden.

Databankenrecht en geschriftenbescherming

Databanken – verzamelingen van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen, systematisch of methodisch geordend, die afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk zijn – kunnen door twee beschermingsregimes worden beschermd. De Europese Databankenrichtlijn (Dbrl) bepaalt dat databanken die door de keuze of de rangschikking van de stof een eigen intellectuele schepping van de maker vormen, als zodanig door het auteursrecht worden beschermd. Databanken waarvan de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering, worden beschermd door het “sui-generis”-databankenrecht. Bij beide regimes gaat het om de bescherming van de databank als zodanig, niet van de inhoud ervan: het auteursrecht beschermt in dat verband, kort gezegd, de creativiteit bij de samenstelling van de databank, niet de creatieve prestaties die aan de inhoud ervan ten grondslag liggen. Het sui-generis-databankenrecht beschermt de investering in het samenstellen en toegankelijk maken van de databank, niet de investering in het creëren van de data.

De sui-generis-bescherming is in Nederland vastgelegd in de Databankenwet, de auteursrechtelijke bescherming in de Auteurswet (art. 10 lid 3 Aw).

Van de databank van Ryanair had het hof vastgesteld dat deze niet voor sui-generis-bescherming in aanmerking kwam, wegens het ontbreken van een “substantiële investering”. Aldus resteerde het auteursrechtelijke beschermingsregime.

Om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen, moet voldaan zijn aan het “werkbegrip”: het desbetreffende werk moet, in de Europeesrechtelijke terminologie, een eigen intellectuele schepping van de maker vormen, of in de Nederlandse terminologie (die volgens de Hoge Raad hetzelfde betekent): het werk moet een eigen oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen.

Daarnaast kent het Nederlandse auteursrecht echter van oudsher ook nog de “geschriftenbescherming” (art. 10 lid 1 aanhef en onder 1 Aw (“alle andere geschriften”)): geschriften die niet aan het werkbegrip/oorspronkelijkheidscriterium voldoen, zoals telefoonboeken en andere registers, mogen volgens dit leerstuk toch niet klakkeloos worden gekopieerd. Bij de implementatie van het databankenrecht in de Nederlandse wetgeving is de wetgever ervan uitgegaan dat databanken die niet door het databankenrecht beschermd zouden worden, nog wel onder het regime van de geschriftenbescherming zouden kunnen vallen.

De databank van Ryanair voldeed ook niet aan het oorspronkelijkheidscriterium. Het hof oordeelde wel dat de databank van Ryanair een databank was in de zin van art. 10 lid 3 Aw en nam veronderstellenderwijs aan dat de databank beschermd werd door de geschriftenbescherming. Vervolgens kwam het hof tot de conclusie dat art. 24a Aw, dat het “normaal gebruik” van een databank door een “rechtmatige gebruiker” altijd toestaat, aan de vorderingen van Ryanair in de weg stond.

Ryanair klaagde in cassatie dat het hof had miskend dat art. 24a Aw (waarover hierna meer) geen betrekking heeft op een databank die wordt beschermd door de geschriftenbescherming. De Hoge Raad zet een streep door deze redenering, omdat databanken – anders dan de wetgever bij de implementatie van de Dbrl nog aannam – helemaal niet door de geschriftenbescherming kunnen worden beschermd.

De Hoge Raad leidt dit af uit het Football Dataco-arrest van het HvJEU:

“3.4.3 Het hiervoor in 3.4.2 genoemde uitgangspunt van de wetgever is echter inmiddels onjuist gebleken. Het HvJEU heeft immers in zijn uitspraak van 1 maart 2012, C-604/10, ECLI:NL:XX:2012:BV8463, NJ 2012/433 (Football Dataco), onder meer als volgt geoordeeld:

“40. Blijkens zowel artikel 3, lid 1, als punt 16 van de considerans van richtlijn 96/9, mogen bij de vaststelling of een databank ingevolge deze richtlijn in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming, geen andere criteria dan het oorspronkelijkheidscriterium worden gehanteerd.”

3.5.1 In het oordeel van het hof ligt besloten dat de gegevensverzameling (hierna ook: de databank) van Ryanair niet aan dit oorspronkelijkheidscriterium voldoet, hetgeen in cassatie niet is bestreden. Daarom heeft Ryanair geen belang bij de klachten van onderdeel 1.”

Overigens is momenteel bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel aanhangig waarin de geschriftenbescherming geheel wordt afgeschaft.

Contractuele beperking gebruik databank: prejudiciële vraag

De algemene voorwaarden van de databank van Ryanair, waarmee PR Aviation akkoord was gegaan, verboden commercieel gebruik van de gegevens. Volgens Ryanair pleegde PR Aviation dan ook wanprestatie door die gegevens voor haar website te gebruiken. Volgens het hof stond art. 24a Aw daaraan in de weg. Lid 1 van deze bepaling, overeenkomend met art. 6 lid 1 Dbrl, bepaalt dat de verveelvoudiging van een databank, vervaardigd door de rechtmatige gebruiker van de verzameling, die noodzakelijk is om toegang te verkrijgen tot en normaal gebruik te maken van de databank, niet als een inbreuk op het auteursrecht wordt gezien. Volgens lid 3 van art. 24a Aw (zie art. 15 Dbrl) kan van deze regel niet bij overeenkomst worden afgeweken ten nadele van de rechtmatige gebruiker. Volgens het hof moest PR Aviation als “rechtmatige gebruiker” van de – op zichzelf door Ryanair online beschikbaar gestelde – databank worden gezien, en had Ryanair niet de bevoegdheid vervolgens aan het gebruik van die databank voorwaarden te verbinden.

In een uitvoerige conclusie komt A-G Verkade tot het oordeel dat de uitleg door het hof van art. 24a Aw niet aansluit bij de geschiedenis van het corresponderende art. 6 lid 1 DbRl, maar dat interpretatie van wetgeving aan evolutie onderhevig kan zijn, en dat er in dit geval goede argumenten zijn waarom het oordeel van het hof toch (inmiddels) juist zou kunnen zijn. Verkade wijst daarbij onder (veel) meer op de rechtspraak van het HvJEU over vergelijkende reclame, die het HvJEU volgens Verkade “pleegt te bezien als een stimulans voor de objectieve belichting van verschillende vergelijkbare producten en daarmee tot de concurrentie van leveranciers van goederen en diensten in het belang van de consument”, en op het oordeel van het HvJEU in het UsedSoft-arrest, waarin het HvJEU het begrip “rechtmatige verkrijger” uit de Softwarerichtlijn ruimer uitlegde dan op grond van een louter rechtshistorische interpretatie zou worden aangenomen. De A-G concludeert daarom tot het stellen van een aantal prejudiciële vragen.

De Hoge Raad wendt zich inderdaad tot het HvJEU, maar beperkt zich tot één vraag, toegespitst op databanken zoals de databank van Ryanair:

“Strekt de werking van de DbRl zich mede uit tot online databanken die niet, op de voet van hoofdstuk II van de Richtlijn, worden beschermd door het auteursrecht en ook niet, op de voet van hoofdstuk III, door een recht sui generis, en wel in die zin dat ook in zoverre de vrijheid om gebruik te maken van dergelijke databanken met (al dan niet overeenkomstige) toepassing van art. 6 lid 1 en 8 in verbinding met art. 15 DbRl, niet contractueel mag worden beperkt?”

Share This