HR 6 oktober 2017 ECLI:NL:HR:2017:2562

Bij ondercuratelestelling is niet steeds een oordeel van een onafhankelijk deskundige nodig.

In deze zaak heeft de kantonrechter het verzoek tot ondercuratelestelling van betrokkene toegewezen. Die beschikking is in hoger beroep bekrachtigd.

In cassatie wordt namens betrokkene (onder meer) gesteld dat voor ondercuratelestelling steeds een onafhankelijk oordeel van een ter zake kundige arts/psychiater vereist is. Deze voorgestelde rechtsregel wordt door de Hoge Raad in zijn beschikking niet aanvaard. Voor dit oordeel wijst de Hoge Raad er op dat:

  • de wet ten aanzien van een verzoek tot ondercuratelestelling niet de verplichting bevat om een verklaring van een deskundige over te leggen;
  • vaste rechtspraak is dat ter vrije beoordeling van de rechter staat of deze een onderzoek door een medisch deskundige noodzakelijk acht alvorens te beslissen tot ondercuratelestelling;
  • uit de rechtspraak van het EHRM met betrekking tot art. 8 EVRM niet volgt dat de rechter een verzoek tot ondercuratelestelling nimmer kan toewijzen zonder dat een medisch onderzoek naar de actuele feitelijke en geestelijke gezondheidstoestand van de betrokkene is verricht. Hierbij wijst de Hoge Raad op essentiële verschillen met de zaak Shtukaturov/Rusland (EHRM 27 maart 2008, nr. 44009/05, ECLI:CE:ECHR:2008:0327);
  • de aanbevelingen van het Comité van Ministers waarop betrokkene zich heeft beroepen (Aanbeveling No. R (99) 4 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa “Principles concerning the legal protection of incapable adults” van 23 februari 1999) niet bindend zijn (hoewel zij een zekere mate van consensus weerspiegelen).

Volgt verwerping van het cassatieberoep.

Share This