HR 4 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1530

In dit arrest beslist de Hoge Raad, samengevat, dat:
(i) indien de rechter in eerste aanleg een dwangsom heeft opgelegd, en de appelrechter de hoofdveroordeling geheel of gedeeltelijk in stand laat, hij dat kan doen onder vermindering, vermeerdering of volledige afwijzing van de in eerste aanleg opgelegde dwangsom.
(ii) indien sprake is van een vermindering van de in eerste aanleg opgelegde dwangsom, de dwangsom tot het verminderde bedrag kan worden verbeurd in de periode tussen de betekening van de beslissing in eerste aanleg en de betekening van de beslissing in hoger beroep.
(iii) de appelrechter de hoogte van een door de rechter in eerste aanleg opgelegde dwangsom die ziet op een situatie in het verleden, dient te beoordelen naar de aard en omstandigheden van het geval. Daartoe kunnen ook de feitelijke gevolgen die voor de schuldenaar voortvloeien uit het daadwerkelijk verbeuren van dwangsommen behoren.

Achtergrond

Dit geschil ging om panden die Sargasso c.s. huurden van Control Seal. Control Seal had de huurovereenkomst opgezegd en de ontruiming aangezegd tegen 1 november 2014 respectievelijk 1 februari 2015. Sargasso c.s. heeft de kantonrechter verzocht om de ontruimingstermijn met een jaar te verlengen. Vóór de kantonrechter uitspraak heeft gedaan, stuurde Control Seal een brief aan Sargasso c.s. met de mededeling dat zij eind februari met urgente reparatiewerkzaamheden zou beginnen en met het verzoek aan Sargasso c.s. om de panden zo spoedig mogelijk te verlaten. De werkzaamheden zijn nog voor de uitspraak van de kantonrechter daadwerkelijk ter hand genomen. Op 3 april 2015 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan, de ontruimingstermijn verlengd en Sargasso c.s. veroordeeld om het gehuurde vóór 30 april 2016 te ontruimen.

Sargasso c.s. hebben in kort geding gevorderd Control Seal te veroordelen om (i) Sargasso c.s. onbelemmerde toegang tot het verhuurde te verlenen, (ii) de werkzaamheden aan het gehuurde te staken en (iii) het gehuurde wind- en waterdicht te maken, steeds op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000 per dag, met een maximum van € 5.000.000. De voorzieningenrechter heeft deze vorderingen toegewezen, met dien verstande dat de dwangsom steeds € 25.000 per dag met een maximum van € 1.000.000 bedroeg. Tegen dit vonnis heeft Control Seal hoger beroep aangetekend. In de tussentijd heeft zij dwangsommen verbeurd.

Het hof oordeelt dat de voorzieningenrechter de hoofdveroordelingen (zij het met enige nuanceringen) terecht heeft toegewezen. Wel achtte het hof de dwangsommen te hoog. Het gehuurde was op dat moment echter al bijna twee jaar feitelijk ontruimd, wat betekende dat er geen nieuwe dwangsommen konden worden verbeurd. De vraag rees vervolgens welke mogelijkheden het hof nog had om de op grond van de uitspraak van de voorzieningenrechter in het verleden verbeurde dwangsommen aan te passen.

Dwangsommen die zien op een situatie in het verleden

Art. 611a Rv bepaalt dat een dwangsom niet kan worden verbeurd vóór de betekening van de uitspraak waarbij zij is vastgesteld. Op grond van art. 611c Rv komt een verbeurde dwangsom ten volle toe aan de partij die de veroordeling heeft verkregen en kan deze partij de dwangsom ten uitvoer leggen “krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld”.

Het hof oordeelde dat het hem niet vrij stond uitsluitend de dwangsom te verlagen met instandhouding van de rest van de veroordeling. Om die reden kon het vonnis van de voorzieningenrechter niet worden bekrachtigd. Het opnieuw vaststellen van een dwangsom had echter ook geen zin, omdat een gewijzigde veroordeling op straffe van verbeurte van een dwangsom diende te worden betekend, wat voor het verleden zinloos is. Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter daarom integraal, waarmee Sargasso c.s. met lege handen kwamen te staan.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof de uitspraak in eerste aanleg niet integraal had behoren te vernietigen. Het hof had, aldus de Hoge Raad, de dwangsom kunnen verminderen met instandhouding van het vonnis voor het overige. Control Seal had het verminderde bedrag aan dwangsommen dan verbeurd in de periode tussen de betekening van de uitvoerbare beslissing in eerste aanleg en de betekening van de beslissing in hoger beroep:

 “3.1.2 (…) Uit de rechtspraak van het Benelux-Gerechtshof [BenGH 20 april 2010 zaak A 2009/1] volgt  dat indien de rechter in eerste aanleg met toepassing van art. 611a Rv een dwangsom heeft opgelegd, en de rechter in hoger beroep de hoofdveroordeling geheel of gedeeltelijk in stand laat, hij dat kan doen onder vermindering, vermeerdering of volledige afwijzing van de dwangsom die door de rechter in eerste aanleg aan de hoofdveroordeling was verbonden. Ook volgt uit die rechtspraak dat indien sprake is van een vermindering, de dwangsom die de rechter in eerste aanleg had opgelegd, tot het verminderde bedrag kan worden verbeurd in de periode tussen de betekening van de uitvoerbare beslissing van de rechter in eerste aanleg en de betekening van de beslissing in hoger beroep.”

Beoordelingsmaatstaf bij dwangsommen die zien op een situatie in het verleden

Het hof oordeelde dat de appelrechter bij de beoordeling van de hoogte van een door de rechter in eerste aanleg opgelegde dwangsom die ziet op een situatie in het verleden, terughoudend dient te toetsen. Bij die beoordeling zouden, aldus het hof, de feitelijke gevolgen van het daadwerkelijk verbeuren van dwangsommen geen rol dienen te spelen.

De Hoge Raad oordeelt anders. De rechter dient de hoogte van de dwangsom vast te stellen naar de aard en omstandigheden van het geval. Daartoe kunnen ook de feitelijke gevolgen behoren die voor de schuldenaar voortvloeien uit het daadwerkelijk verbeuren van dwangsommen. Een en ander geldt onverkort wanneer de appelrechter de hoogte beoordeelt van een in eerste aanleg opgelegde dwangsom, ook voor zover die ziet op het verleden (Vgl. HR 6 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6631, rov. 3.4 (laatste alinea) en HR 30 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6343, rov. 3.3). Daarmee is niet verenigbaar dat de appelrechter de hoogte van een in eerste aanleg uitgesproken dwangsomveroordeling, ook voor zover die ziet op het verleden, slechts terughoudend zou kunnen toetsen.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst het geding naar het hof ‘s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing.

Share This