Selecteer een pagina

HR 24 juni 2011, LJN BQ3010

Het instellen van cassatieberoep bij één cassatiedagvaarding tegen arresten die het hof heeft gewezen in drie afzonderlijke zaken, is in dit geval in strijd met de goede procesorde.

In deze zaak was cassatieberoep ingesteld door in totaal negen eisers tegen arresten die het hof op dezelfde dag had gewezen in drie afzonderlijke zaken. Het cassatieberoep was door alle eisers gezamenlijk ingesteld bij één exploot van dagvaarding.

Deze aanpak acht de Hoge Raad in dit geval in strijd met de goede procesorde. De in cassatie bestreden arresten zijn namelijk niet gewezen tussen dezelfde partijen, terwijl het hof ook niet voeging wegens verknochtheid heeft bevolen van de gedingen waarin die arresten zijn gewezen. De goede procesorde verzet zich in dat geval ertegen, dat tegen die arresten bij één en hetzelfde exploot van dagvaarding cassatieberoep wordt ingesteld, aldus de Hoge Raad. Alle eisers worden daarom niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoep.

Het instellen van cassatieberoep tegen meerdere (in afzonderlijke procedures gewezen) arresten bij één gezamenlijke dagvaarding is overigens niet in alle gevallen ontoelaatbaar. Zo stond de Hoge Raad het in een arrest van 19 februari 2010, LJN BK8100 in een onteigeningszaak toe dat bij één dagvaarding beroep werd ingesteld tegen vier arresten van het hof. In dat geval was volgens de Hoge Raad sprake van een zeer nauwe materiële en processuele samenhang, die erin bestond dat alle vier de te onteigenen percelen onder bewind stonden van dezelfde bewindvoerder, die in alle zaken de (enige) gedaagde was. Ook in het geval dat de Hoge Raad in het hier besproken arrest noemt – namelijk dat de bestreden arresten zijn gewezen in zaken die wegens verknochtheid zijn gevoegd – valt aan te nemen dat cassatieberoep mag worden ingesteld bij een gezamenlijke dagvaarding.

Al met al lijkt het bij één dagvaarding instellen van cassatieberoep tegen arresten die een hof op dezelfde dag, maar in afzonderlijke procedures heeft gewezen weliswaar praktisch, maar een dergelijke aanpak kent wel risico’s. Bij twijfel of sprake is van voldoende materiële en/of processuele samenhang tussen de verschillende zaken kan daarom beter het zekere voor het onzekere worden genomen en het beroep bij afzonderlijke dagvaardingen worden ingesteld. In cassatie kan dan via een rolvoeging worden bereikt dat de zaken toch gelijktijdig worden behandeld en afgedaan.

Share This