Selecteer een pagina

HR 7 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1401

De rechtbank had de uitspraak op 20 januari 2022 telefonisch aan verzoeker in cassatie medegedeeld. Het vonnis zelf vermeldde als uitspraakdatum echter 24 januari 2022. De Hoge Raad laat in het midden of de rechtbank al op 20 januari 2022 uitspraak heeft gedaan, omdat een overschrijding van de termijn voor het instellen van hoger beroep door verweerster in cassatie in dat geval verschoonbaar zou zijn. 

De rechtbank had in deze zaak tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat er op 20 januari 2022 uitspraak zou worden gedaan. Verzoeker in cassatie heeft op 20 januari 2022 telefonisch contact opgenomen met de griffie, en heeft toen van een administratief juridisch medewerker vernomen dat het primaire verzoek was toegewezen. Op 26 januari 2022 is het vonnis aan verweerster in cassatie toegezonden. Het vonnis vermeldde als uitspraakdatum 24 januari 2022. Op 1 februari 2022 heeft verweerster in cassatie hoger beroep ingesteld. Op 8 februari 2022 heeft verzoeker in cassatie de rechtbank verzocht om de in het vonnis opgenomen uitspraakdatum te wijzigen van 24 januari 2022 in 20 januari 2022. Daarmee zou verweerster in cassatie niet tijdig, want niet binnen de beroepstermijn van acht dagen, appel hebben ingesteld.

Het hof oordeelde dat verweerster in cassatie tijdig beroep had ingesteld, omdat het door de rechter ondertekende vonnis zowel in de aanhef als in het dictum als uitspraakdatum 24 januari 2022 vermeldde, en er – aldus het hof – niet was gebleken van enig mondeling vonnis. Tegen dit oordeel heeft verzoeker in cassatie cassatieberoep ingesteld.

De Hoge Raad oordeelde dat verweerster in cassatie het vonnis, dat in de aanhef en onder het dictum als uitspraakdatum 24 januari 2022 vermeldde, pas op 26 januari 2022 had ontvangen. Aan haar was bovendien niet eerder dan op 8 februari 2022 bekend geworden dat de griffie op 20 januari 2022 de beslissing had meegedeeld aan verzoeker in cassatie. Onder deze omstandigheden mocht verweerster in cassatie er, toen zij op 1 februari 2022 beroep instelde, op vertrouwen dat de in het vonnis vermelde uitspraakdatum juist was. De Hoge Raad oordeelt dat daarom in het midden kan blijven of de rechtbank al op 20 januari 2022 uitspraak had gedaan, omdat de overschrijding van de beroepstermijn door verweerster in cassatie in dat geval verschoonbaar zou zijn.

Volgt verwerping.

Share This