Selecteer een pagina

HR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1508

De Hoge Raad maakt met een betrekkelijk korte en heldere beschikking een einde aan discussie over de mogelijkheid om in een zorgmachtiging ook te voorzien in de mogelijkheid tot het opnemen in een accommodatie, een psychiatrisch ziekenhuis, als ambulante zorg niet meer volstaat; die mogelijkheid bestaat. De Hoge Raad beslist voorts dat voor dat opnemen geen nieuwe medische verklaring van een onafhankelijk psychiater nodig is.

Achtergrond

De rechtbank Rotterdam had een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden. In de beschikking was onder meer overwogen dat het “nu” goed ging met betrokkene en de behandeling door middel van depotmedicatie in de thuissituatie kon worden voortgezet. Niet kon er echter, op grond van ervaringen in het verleden, van worden uitgegaan dat betrokkene ook in de toekomst vrijwillig zou blijven meewerken aan zijn depotmedicatie. Medicatie werd dan ook verplicht opgelegd. Ook was het volgens de rechtbank belangrijk dat betrokkene kon worden opgenomen in een accommodatie als hij niet meewerkte aan depotmedicatie. In dat geval zou, aldus de rechtbank, betrokkene namelijk snel psychotisch worden en ernstige psychische schade kunnen oplopen. Het uitgangspunt was volgens de rechtbank dan ook dat betrokkene ambulante zorg kreeg. Alleen als betrokkene zijn medicatie weigerde en het ziektebeeld verergerde, kon gebruik worden gemaakt van verplichte zorg die bestaat uit het opnemen in een accommodatie. De rechtbank bepaalde daarbij verder dat wanneer een ”aanzienlijke periode” (“een aantal maanden”) verstreken zou zijn en betrokkene moest worden opgenomen, betrokkene opnieuw zou moeten worden beoordeeld door een onafhankelijk psychiater.

Hoge Raad

Deze beschikking blijft in stand voor zover zij ziet op de combinatie van ambulante zorg en opneming in een accommodatie (waarop het principale cassatieberoep zag), maar wordt vernietigd voor zover zij ziet op de voorwaarde van een nieuwe beoordeling door een onafhankelijk psychiater bij gedwongen opneming (waarop het incidentele cassatieberoep zag).

Principaal cassatieberoep

Volgens de Hoge Raad voorziet de wet in de mogelijkheid verschillende vormen van verplichte zorg in een zorgmachtiging te combineren. Hiermee heeft de wetgever volgens de Hoge Raad beoogd dat passende zorg wordt geboden, in die zin dat het mogelijk wordt om binnen het bereik van een zorgmachtiging te kiezen voor de minst beperkende en voor de betrokkene minst bezwarende vorm van verplichte zorg. De Wvggz staat er volgens de Hoge Raad niet aan in de weg dat in een zorgmachtiging een voorwaarde aan een vorm van verplichte zorg wordt verbonden om zeker te stellen dat de minst beperkende en voor betrokkene minst bezwarende vorm van zorg wordt geboden. Het is dus mogelijk dat in een zorgmachtiging ambulante verplichte zorg wordt gecombineerd met verplichte zorg die bestaat in het “opnemen in een accommodatie”, waarbij voor laatstgenoemde vorm van zorg als voorwaarde geldt dat ambulante verplichte zorg niet meer volstaat en het opnemen in een accommodatie noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. Dat is wat de rechtbank Rotterdam had gedaan.

Incidenteel cassatieberoep

De Hoge Raad wijst allereerst op het feit dat een zorgmachtiging mede wordt verleend op basis van een medische verklaring van een psychiater, en dat de rechtbank de zorgmachtiging dient te verlenen voor de duur die noodzakelijk is om het doel van de verplichte zorg te realiseren; afhankelijk van de soort machtiging is de maximum duur zes maanden, twaalf maanden, of twee jaar. De Hoge Raad wijst voorts op de waarborgen waarmee de beslissing tot het verlenen van verplichte zorg is omkleed. Met dit systeem strookt volgens de Hoge Raad niet dat aan een zorgmachtiging de voorwaarde wordt verbonden dat een recente medische verklaring wordt verkregen als de zorgverantwoordelijke op een moment gelegen binnen de geldigheidsduur van de machtiging beslist om een vorm van verplichte zorg te verlenen waarvoor de machtiging is gegeven. Indien de rechter van oordeel is dat na verloop van een bepaalde periode niet zonder recente medische verklaring voor een bepaalde vorm van zorg kan worden gekozen, dient hij volgens de Hoge Raad de geldigheidsduur van de zorgmachtiging voor die vorm van zorg tot die periode te beperken.

Volgt verwerping van het principale beroep en in het incidentele beroep vernietiging van de beschikking van de rechtbank voor zover daarin is bepaald dat ondanks verlening van de zorgmachtiging voor de duur van zes maanden, een recente medische verklaring nodig zal zijn als pas over een aantal maanden aan de orde is dat betrokkene moet worden opgenomen in een accommodatie.

Share This