Cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Wet versterking cassatierechtspraak

Op 1 juli 2012 is de Wet versterking cassatierechtspraak in werking getreden. Deze wet bouwt voort op de voorstellen die de commissie-Hammerstein in het rapport “Versterking van de cassatierechtspraak” in 2008 al had gedaan.

Doel van de Wet versterking cassatierechtspraak is om de Hoge Raad beter in staat te stellen zich te concentreren op zijn kerntaken, met name zijn taken op het gebied van de rechtseenheid en rechtsontwikkeling. Deze doelstelling moet mede worden gezien tegen de achtergrond van de toegenomen werklast van de Hoge Raad. Met name – maar niet alleen – in strafzaken worden steeds meer cassatieberoepen ingesteld, deels ook op voorhand kansloze zaken. Deze zaken kosten tijd die de Hoge Raad beter zou kunnen besteden – zo is de gedachte achter de wet – aan zaken die voor de rechtseenheid en rechtsontwikkeling van belang zijn.

Kern van de wet is de introductie van een systeem van “selectie aan de poort”. Daartoe is aan de Wet op de rechterlijke organisatie een nieuw art. 80a toegevoegd. Dit art. 80a RO houdt in dat de Hoge Raad een ingesteld cassatieberoep niet-ontvankelijk kan verklaren indien (1) de partij die het cassatieberoep instelt klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, of (2) de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Art. 80a RO geldt voor cassatiezaken op alle gebieden: civiel, straf en fiscaal.

Naast de “selectie aan de poort” behelst de Wet versterking cassatierechtspraak ook de openstelling van de (civiele) cassatiebalie voor advocaten uit het gehele land. Gevolg hiervan is dat in civiele cassatiezaken niet langer gevestigd hoeven te zijn in het arrondissement Den Haag. Alle in Nederland ingeschreven advocaten kunnen de hoedanigheid van advocaat bij de Hoge Raad verkrijgen, zolang zij aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen.

Deze kwaliteitseisen zijn uitgewerkt in de Verordening vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur van de Nederlandse Orde van Advocaten. Voor de toelating als advocaat bij de Hoge Raad moet zowel een examen als een “proeve van bekwaamheid” worden afgelegd. Daarnaast zal een advocaat bij de Hoge Raad voldoende “vlieguren” (een minimum aantal te behandelen cassatiezaken) moeten maken, om als advocaat bij de Hoge Raad ingeschreven te kunnen blijven. Voor advocaten die op het moment van inwerkingtreding van de Wet versterking cassatierechtspraak al advocaat bij de Hoge Raad zijn (omdat zij in het arrondissement Den Haag kantoor houden) en/of in de voorafgaande drie jaar al ten minste twaalf civiele cassatiezaken hebben behandeld, kennen zowel de wet als de verordening een overgangsregeling.

De tekst van de Wet versterking cassatierechtspraak is gepubliceerd in Stb. 2012, 116. Elders op Cassatieblog zijn de plenaire behandeling van de wet in de Tweede Kamer en de schriftelijke behandeling in de Eerste Kamer besproken.