Selecteer een pagina

HR 9 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1591

Er bestaat geen aanleiding de in art. 80 lid 1 RO genoemde gronden van cassatie uit te breiden tot schending van het Unierecht. Het Unierecht vormt immers onderdeel van de Nederlandse rechtsorde en neemt voor de toepassing van art. 80 lid 1 RO geen uitzonderingspositie in.

In deze zaak heeft de kantonrechter Ryanair op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 veroordeeld om compensatie te betalen aan een aantal passagiers.

Hoger beroep tegen deze beschikking is niet mogelijk, omdat de toegewezen bedragen onder de financiële appelgrens van € 1.750,– per persoon liggen (art. 332 lid 1 Rv). Cassatie is wel mogelijk, maar alleen op basis van de gronden die zijn vermeld in art. 80 lid 1 RO: (a) het niet inhouden van de gronden waarop het vonnis of de beschikking berust; (b) het niet in het openbaar gedaan zijn van het vonnis of, voor zover rechtens vereist, de beschikking; (c) onbevoegdheid; of (d) overschrijding van rechtsmacht.

Sinds 2007 kunnen partijen in cassatie bovendien klagen dat een zo fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken (zie het arrest van 16 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1490). Maar afgezien van deze mogelijkheid kunnen partijen een niet-appellabele uitspraak in cassatie dus niet bestrijden met een rechtsklacht.

In deze zaak bepleit het cassatiemiddel van Ryanair een verdere uitbreiding van art. 80 lid 1 RO tot klachten over schending van het Unierecht of over het nalaten om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de EU. De Hoge Raad verwerpt dit betoog:

“3.1.4 Er bestaat geen aanleiding de in art. 80 lid 1 RO genoemde gronden van cassatie uit te breiden zoals door het middel voorgestaan. Het Unierecht vormt immers onderdeel van de Nederlandse rechtsorde en neemt voor de toepassing van art. 80 lid 1 RO geen uitzonderingspositie in.”

Daarmee volgt de Hoge Raad de conclusie van A-G Drijber. Drijber achtte het principieel onjuist het Unierecht in procesrechtelijke zin een status aparte te geven. Volgens hem noopt het doeltreffendheidsbeginsel daar ook niet toe. Het is deze beperking tot het Unierecht die het middel fataal is geworden.

Volgt verwerping.

Share This