Selecteer een pagina

HR 18 maart 2022 ECLI:NL:HR:2022:394

Als zonder titel verplichte zorg wordt verleend kan op de voet van art. 10:3 lid 1, aanhef en onder e, Wvggz een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie en kan tevens worden verzocht om schadevergoeding door de zorgaanbieder.

Achtergrond

Na een crisismaatregel die leidde tot opneming in een accommodatie, en vervolgens een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, heeft de officier van justitie verzuimd tijdig een verzoekschrift tot verlening van een zorgmachtiging in te dienen. De voortgezette crisismaatregel liep af op 15 februari 2021. Op 25 februari 2021 heeft de burgemeester opnieuw een crisismaatregel genomen. In de tussenliggende tijd is betrokkene niet uit de inrichting ontslagen.

Bij de klachtencommissie heeft betrokkene op de voet van art. 10:3 lid 1, aanhef en onder e, Wvggz een klacht ingediend en tevens verzocht om schadevergoeding door de zorgaanbieder op grond van art. 10:11 lid 1 Wvggz.

De klachtencommissie oordeelde dat geen sprake was van een klacht als bedoeld in art. 10:3 Wvggz en heeft betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om schadevergoeding.

Bij de rechtbank lag de vraag voor of de klacht van betrokkene al dan niet viel onder de (limitatieve) gronden voor een klacht als genoemd in art. 10:3 Wvggz. De rechtbank beantwoordde die vraag ontkennend, en oordeelde, samengevat, dat nu geen sprake was van overschrijding van toegestane vormen van verplichte zorg, neergelegd in een (voortgezette) crisismaatregel of zorgmachtiging, de zorgaanbieder de in artikel 8:7 lid 2 Wvggz neergelegde verplichting niet heeft geschonden; er was volgens de rechtbank geen sprake van een klacht als bedoeld in art. 10:3 Wvggz.

Hoge Raad

De Hoge Raad wijst er allereerst op dat ingevolge art. 3:1 Wvggz verplichte zorg alleen mag worden verleend op grond van een machtiging, maatregel of beslissing als in die bepaling onder a-e genoemd. De Wvggz biedt daarvoor waarborgen in onder meer art. 8:7 leden 2 en 3 Wvggz.

Verder wijst de Hoge Raad op de in hoofdstuk 10 van de Wvggz opgenomen klachtenprocedure. Deze regeling is bedoeld als een toegankelijke voorziening, waarbij zo min mogelijk drempels worden opgeworpen voor de betrokkene om zijn klachten door een onafhankelijke commissie te laten beoordelen.

Uit het hiervoor in de eerste alinea weergegeven stelsel van de Wvggz volgt volgens de Hoge Raad dat ook sprake is van handelen in strijd met art. 8:7 lid 2 Wvggz in het geval dat zonder titel verplichte zorg wordt verleend. In dat geval kan op de voet van art. 10:3 lid 1, aanhef en onder e, Wvggz een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie en kan op de voet van art. 10:11 lid 1 Wvggz tevens worden verzocht om schadevergoeding door de zorgaanbieder.

De Hoge Raad merkt hierbij nog op het feit dat art. 8:7 Wvggz is opgenomen in hoofdstuk 8, dat de tenuitvoerlegging en uitvoering van de titel voor verplichte zorg regelt, er niet aan afdoet dat de wetgever in deze bepaling tot uitdrukking heeft gebracht dat de zorgaanbieder ook tot taak heeft om ervoor te zorgen dat geen verplichte zorg wordt verleend waaraan geen titel ten grondslag ligt.

Volgt vernietiging en terugverwijzing.

Share This