Selecteer een pagina

HR 14 oktober 2022 ECLI:NL:HR:2022:1444 (Promneftstroy / Yukos International)

Het is onder omstandigheden niet uitgesloten dat degene ten laste van wie een maatregel als een freezing order wordt afgedwongen, zijn aanspraak op schadevergoeding verliest als gevolg van eigen schuld. Dit kan het geval zijn als de schade had kunnen en moeten worden voorkomen door het treffen van een voorziening in overleg met degene die de maatregel afdwingt.

Achtergrond

In deze zaak draait het om de vraag of een benadeelde bij het onrechtmatig afdwingen van een bevel van de voorzieningenrechter door zijn wederpartij zijn aanspraak op schadevergoeding kan verliezen op basis van het leerstuk van eigen schuld en de schadebeperkingsplicht van art. 6:101 lid 1 BW.

Promneftstroy heeft in 2008 een kort geding aangespannen tegen Yukos International waarin zij stelde rechthebbende te zijn geworden op de aandelen in Yukos Finance. De aandelen van Yukos International waren ondergebracht in Yukos Finance, waardoor deze aandelen recht gaven op de vermogensbestanddelen van International. Yukos International heeft in verschillende procedures steevast de eigendom van de aandelen door Promneftstroy betwist.

De voorzieningenrechter beval Yukos International om de opbrengsten uit de verkoop van een olieraffinaderij en een deelneming in een onderneming op een afzonderlijke bankrekening te storten en te houden, een zogenoemde ‘freezing order’, totdat in de bodemzaak duidelijk wordt wie de echte eigenaar is van de aandelen in Yukos Finance.

In 2011 heeft de Hoge Raad het bevel van de voorzieningenrechter vernietigd en de gevraagde voorziening alsnog geweigerd. In 2019 heeft de Hoge Raad in een bodemzaak een arrest van het hof Amsterdam bevestigd waarin het hof voor recht heeft verklaard dat Promneftstroy geen rechthebbende is geworden op de aandelen in Yukos Finance (CB 2019-14) .

Yukos International heeft vervolgens vergoeding van de schade gevorderd die zij stelt te hebben geleden als gevolg van het afdwingen van een freezing order door Promneftstroy. De rechtbank heeft de vordering toegewezen,  waarbij de schade dient te worden opgemaakt bij staat. Het hof heeft dit bekrachtigd. Het hof overweegt – kort gezegd – dat uit het arrest van het hof Amsterdam (wat de Hoge Raad in stand liet) volgt dat Promneftstroy geen rechthebbende is geworden op de aandelen van Yukos Finance. Door naleving van het freezing order af te dwingen heeft Promneftstroy daarom onrechtmatig gehandeld jegens Yukos Finance, aldus het hof.

Geschil in cassatie

Promneftstroy klaagt in cassatie (voor zover van belang) over een tweetal punten. Allereerst zou het hof een antwoordakte van Promneftstroy ten onrechte of zonder begrijpelijke motivering buiten beschouwing hebben gelaten. De Hoge Raad verwerpt de klachten. Volgens de Hoge Raad heeft het hof in zijn overwegingen klaarblijkelijk (wel) naar de antwoordakte verwezen en is zijn verdere beslissing niet onbegrijpelijk.

Als tweede klaagt Promneftstroy over de beoordeling van haar beroep op eigen schuld van Yukos International. Promneftstroy had aan Yukos International aangeboden om mee te werken aan een door Yukos International gewenst cash management of redelijk beleggingsbeleid ten aanzien van de op de ‘bevroren’ bankrekening gehouden gelden. Als Yukos International op dit aanbod was ingegaan, had zij de schade kunnen beperken, aldus Promneftstroy. Het hof had dit verweer verworpen door te overwegen dat er voor deze discussie geen plaats zou zijn geweest als Promneftstroy Yukos International niet aan de freezing order zou hebben gehouden. De schade was volgens het hof niet (mede) veroorzaakt door enige aan Yukos International toe te rekenen omstandigheid.

De klacht slaagt. Volgens de Hoge Raad is niet uitgesloten dat degene ten laste van wie een maatregel als een freezing order wordt afgedwongen, onder omstandigheden zijn aanspraak op schadevergoeding verliest op grond van art. 6:101 lid 1 BW voor zover de schade voorkomen had kunnen en behoren te worden door het treffen van een voorziening in overleg met degene die de maatregel afdwingt. Uit de overwegingen van het hof blijkt niet dat het zijn beslissing op een onderzoek van de omstandigheden van dit geval heeft gegrond.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof. Hij overweegt daarbij dat het hof de beslissing van de rechtbank heeft bekrachtigd dat de schadevergoeding moet worden opgemaakt bij staat. In een schadestaatprocedure zal het beroep op eigen schuld eventueel opnieuw aan de orde kunnen komen. In dat opzicht zou het arrest van het hof volgens de Hoge Raad in stand kunnen blijven. Omdat de Hoge Raad niet bekend is met de stand van zaken van de schadestaatprocedure, zal hij het arrest van het hof vernietigen en de zaak verwijzen naar een ander hof.

Met deze beslissing wijkt de Hoge Raad af van de conclusie van A-G Vlas. Volgens de A-G heeft het hof kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat de houding van Yukos International in haar discussie met Promneftstroy over het elders onderbrengen van de gelden niet in zodanig verband stond met de veroorzaakte schade dat deze schade in redelijkheid aan Yukos International kan worden toegerekend. Deze beslissing gaf volgens de A-G geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en was evenmin onbegrijpelijk.

Share This