Selecteer een pagina

HR 24 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP9897

Ook in gevallen waarin het gaat om veiligheidsvoorzieningen die de werknemer zelf moet toepassen, kan de werkgever aan aansprakelijkheid op de voet van art. 7:658 BW ontkomen door aan te tonen dat hij de veiligheidsmaatregelen heeft genomen en de veiligheidsinstructies heeft gegeven die van hem gevergd konden worden.

Na het arrest van 10 juni 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP8788) deze week opnieuw een uitspraak van de Hoge Raad over stelplicht en bewijslast in het kader van art. 7:658 BW. In deze zaak gaat het om een werknemer die had gewerkt aan de reparatie van het golfplaten dak van een loods. Aan het einde van de dag, tijdens of na het opruimen, is de werknemer door het dak van de loods gezakt en ongeveer 8 meter lager op een betonnen vloer gevallen, met ernstig letsel als gevolg. Tijdens zijn val droeg de werknemer geen beveiligingsmiddelen zoals gordels of vallijnen.

Het hof wees de vordering van de werknemer af op de grond dat het werk voldoende veilig was door de aanwezigheid van dakladders en veiligheidsgordels; voorts had de werkgever voldoende veiligheidsinstructies gegeven. De werkgever had derhalve aangetoond dat hij aan zijn zorgplicht van art. 7:658 lid 1 BW had voldaan.

In cassatie betoogde de werknemer dat in situaties waarin het gaat om een veiligheidsvoorziening die door de werknemer zélf moet worden aangebracht of in werking gesteld (en de werknemer deze handeling achterwege acht), de schade alleen dan voor rekening van de werknemer zou moeten blijven wanneer die in belangrijke mate het gevolg is van diens opzet of bewuste roekeloosheid. In gevallen waarin opzet of bewuste roekeloosheid niet blijkt, zou steeds moeten worden aangenomen dat de werkgever nalatig is geweest in het geven van (voldoende specifieke) veiligheidsinstructies voor het benutten van de betreffende veiligheidsvoorziening.

De gedachte achter dit betoog is op zichzelf begrijpelijk: in een geval als hier aan de orde laat de werkgever immers de veiligheidsvoorziening (althans het gebruik daarvan) in feite aan de werknemer zelf over. In lid 2 van art. 7:658 BW is voorts bepaald dat de werkgever in geval van “eigen schuld” van de werknemer pas kan ontkomen aan aansprakelijkheid wanneer hij aantoont dat de schade is veroorzaakt door opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Eén en één is twee dus?

Toch niet, aldus de Hoge Raad. In art. 7:658 lid 2 BW is namelijk óók neergelegd dat de werkgever niet aansprakelijk is wanneer hij aantoont dat hij aan zijn zorgplicht voor de veiligheid van de werknemer heeft voldaan. Deze regel geldt ook wanneer sprake is van veiligheidsvoorzieningen die de werknemer zelf moet toepassen:

“Ook in gevallen waarin het gaat om veiligheidsvoorzieningen zoals veiligheidsgordels die de werknemer zelf moet toepassen, kan de werkgever derhalve aan aansprakelijkheid ontkomen door aan te tonen dat hij de veiligheidsmaatregelen heeft genomen en de veiligheidsinstructies heeft gegeven die van hem gevergd konden worden. Indien hij dat aantoont is hij van aansprakelijkheid bevrijd, ook indien niet kan worden aangenomen dat de schade te wijten is aan opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.”

De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep van de werknemer.

Share This